[-55-]

-55-


Gemma knikte werktuigelijk. 

Hoe zou het de volgende keer zijn als ze haar ouders zou weerzien? Waren Luc en Sanne dan nog bij elkaar? Hoe zou het met haarzelf gaan? 

Ze probeerde niet verder te denken. Het had geen zin om je van alles voor te stellen. De werkelijkheid zag er waarschijnlijk toch anders uit. Zeker leek op dit moment dat de linde dan niet meer in hun tuin zou staan. Huize Onder de linde zou nooit meer hetzelfde zijn.


Sem zuchtte. Voor de zoveelste keer kwam er een appje binnen op zijn telefoon. Hij voelde het trillen in zijn broekzak. Het was duidelijk wie hem steeds probeerde te bereiken. Soms vond hij het fijn om met August bevriend te zijn, en soms had hij het gevoel dat August wel erg opdringerig werd. Vanmorgen was hij al begonnen om zijn ongenoegen over de kerstdagen te spuien. Het was goed dat zijn ouders die berichtjes niet lazen, want August gebruikte heel andere woorden voor de kerstdagen. Af en toe had hij erop gereageerd. Vanmiddag had August ineens gevraagd of hij morgen wilde komen. 

Zijn antwoord had hij expres vaag gehouden. Morgen moest Raymond weer de kranten rondbrengen en hij had beloofd om te helpen. Wanneer hij dat gewoon zou schrijven, maakte August hem meteen voor mietje uit of erger, en daar had hij helemaal geen zin in. 

Misschien kon hij ’s middags wel een poos gaan. Soms was het leuk bij August, vooral als Youri en Twan er niet waren. Dan zaten ze gewoon een beetje bij elkaar te chillen en te drinken. August kon altijd aan bier komen. Daar hoefden ze niet voor naar de supermarkt, maar volgens August zocht hij met Twan en Youri steeds weer iets nieuws voor de kick. De laatste keer bleek Youri van alles onder zijn jas te hebben verstopt toen ze de supermarkt weer uit kwamen. Ze bezochten steeds een andere zodat ze niet zouden opvallen. Dat was hun nieuwste ingeving. Van het bier halen was de lol al af. August zelf was een keer door de caissière betrapt. Nu had Youri voorgesteld om gratis bier te halen. Op die manier verzonnen ze steeds iets anders waar hij helemaal geen zin in had. 

Zo had hij zich de vriendschap met August niet voorgesteld.

Het was heel anders dan met Brian. Hij vroeg zich af of hij nog kon zeggen dat Brian en hij vrienden waren. Vlak voor de vakantie hadden ze woorden gehad. Natuurlijk ging het weer om August. Het leek echt of Brian jaloers was. 

Brian verweet hem dat hij hun vriendschap kapotmaakte.

Alsof dat alleen aan hem lag.

Brian moest het zelf maar weten, maar hij moest toch begrijpen dat je meer vrienden kon hebben. Zelf ging hij nauwelijks meer met anderen om. Dat was zijn eigen keuze. Volgens August was Brian een jaloerse homo. Sem wist zeker van niet, maar August hield vol. Youri en Twan ook. Die homo, zo werd Brian steevast aangeduid. Sem had er een hekel aan. Nu hij erover nadacht, vroeg hij zich af waarom hij August niet links liet liggen. Ze deden alles wat hem altijd had tegengestaan.

De afgelopen dagen had hij ontdekt dat hij bang was.

Hij durfde die gedachte nauwelijks toe te laten, maar hij besefte het meer en meer. Want als August zogenaamd een grapje maakte, voelde hij vaak een dreigende ondertoon. ‘Dan ga ik met de jongens wel een potje Brian afrossen,’ zei hij bijvoorbeeld opgewekt als Sem weigerde na schooltijd met z’n vieren weg te gaan. Of hij dreigde lachend om met Youri en Twan naar de supermarkt te komen waar Sem werkte, om daar eens lekker in te slaan. Sem wist precies wat hij daarmee bedoelde. 

Hij oefende druk uit door Sem eerst te bestoken met appjes, en als hij niet snel genoeg reageerde, ging hij bellen. 

Sem keek de wegrijdende auto van zijn opa en oma na. Het was best gaaf geweest dat ze er waren. Ze waren heel anders dan opa en oma Linde, maar deze dagen had hij vooral leuk met z’n opa kunnen praten. Af en toe was hij in de verleiding gekomen om zijn problemen met August en Brian met hem te bespreken. Hij had het toch niet gedurfd. 

Sem probeerde onopvallend op zijn telefoon te kijken. 

Morgen twaalf uur bij mij? 

Hij kon een zucht niet onderdrukken, rekende snel hoe laat hij met de kranten klaar kon zijn en antwoordde: Uur of drie, niet eerder.

‘Wat zit je toch steeds op die telefoon te kijken?’ vroeg Thomas.

‘Moet ik toch zelf weten.’

‘August natuurlijk.’ Raymond draaide met z’n ogen. 

‘Hou je kop toch!’

‘Wat is er met August?’ De stem van zijn vader klonk vrolijk. ‘Is die steeds aan het appen, Sem? Ik hoor die telefoon van jou zo vaak trillen.’

‘Bemoei je toch met je eigen zaken!’ Hij stond op. ‘Gezeur altijd!’

‘Dat bedoel ik nou ook, broertje,’ bemoeide Célina zich ermee. ‘Je kunt hier niks doen zonder dat iemand zich ermee bemoeit.’ Ze zat hand in hand met Leander op de bank.

‘Stik toch!’ Alles irriteerde hem mateloos. Met grote kwade stappen bonkte hij de trap op richting zolder.

‘Vrede op aarde!’ zei Thomas opgewekt.

‘Kerst is weer voorbij,’ concludeerde Ruud. Hij ging op de bank zitten. ‘Nog even relaxen. Morgen moet ik er weer vroeg uit!’


[wordt vervolgd