[-49-]

-49-


‘Heb ik je al verteld dat je in die jurk waanzinnig mooi bent? Je bent nog altijd de mooiste vrouw van de wereld. Is het nieuw?’ 

Ze hield in op de drempel. ‘Dat jurkje draag ik inmiddels voor het zesde jaar, en elk jaar zeg je weer hetzelfde, maar het verveelt nooit.’ Ze zond een kushand in zijn richting en liep de trap weer op. Achter haar zette Morris het op een huilen omdat hij naar mama wilde.

Ruud deed zijn best om hem op andere gedachten te brengen.

Na de laatste tree leunde ze tegen de muur. Haar hart bonkte alsof ze de Mont Blanc had beklommen. Ze hapte naar lucht en wachtte totdat ze iets tot rust was gekomen. Vanaf de kamer waar Tycho samen met Aiden sliep waren al geluiden te horen die haar duidelijk maakten dat ze hen niet meer hoefde te wekken. 

Volhouden, hielde ze zichzelf voor. Vandaag zou ze het volhouden. Ze wilde haar ouders laten zien dat het haar goed ging en dat ze het allemaal onder controle had. Ze wilde Ruud en de kinderen goede kerstdagen bezorgen en ze wilde eindelijk zichzelf weer terug, en als dat niet lukte, zou ze in ieder geval doen alsof.


‘Je hebt dat jurkje nog,’ zei Mineke Brinkgreve nadat ze haar dochter met drie kussen had begroet. Ze hield Gemma op armlengte van zich af en bekeek haar eens goed. ‘Hoelang heb je dat al niet? Het is een goed teken dat je het nog steeds past.’

Gemma vroeg zich af of ze dat als een compliment mocht opvatten. Ze besloot het positief te zien. Haar moeder droeg zelf een smalle, donkerrode jurk van een glanzende stof die haar slanke figuur goed deed uitkomen. Sanne had hetzelfde figuur. Zij leek in dat opzicht meer op haar vader, die niet echt dik was, maar een wat voller figuur had. 

‘Volgens mij ben je afgevallen.’ Alfons Brinkgreve monsterde zijn dochter kritisch. ‘Of lijkt dat zo?’

‘Ik heb geen idee, pa. Het is lang geleden dat ik op de weegschaal heb gestaan. Zolang ik de knoop van m’n broek nog dicht kan krijgen, is het goed.’

‘Ik denk dat die broek momenteel geen problemen geeft.’ Hij glimlachte en omhelsde haar. ‘Goed je eindelijk eens weer te zien. Dat gebeurt te weinig.’ Hij draaide zich om. ‘Wat hebben jullie het mooi versierd.’ Binnen de kortste keren zat hij op de bank uit een prachtig geïllustreerd kerstprentenboek voor te lezen, geflankeerd door Lucas, Loïs, Felice, Tycho en Aiden, terwijl Morris op schoot zat. 

Haar moeder had zich in het kleine, gebloemde kuipstoeltje genesteld met uitzicht op de tuin. Célina onderhield zich met haar over haar studie. Gemma zorgde samen met Ruud, Sem en Thomas in de keuken voor koffie, chocolademelk en thee met kerstgebak uit de winkel van Ruud. 

Gemma wilde het niet, maar deed toch haar best om flarden van het gesprek tussen haar moeder en Célina op te vangen. 

‘Een interessante studie lijkt me,’ hoorde ze haar moeder zeggen. ‘Ik hoop dat je er later ook wat mee gaat doen, en dat je niet het voorbeeld van je moeder volgt. Ze kon zo goed leren, haalde met gemak haar diploma’s en had echt een leuke baan als personeelsconsulent in dat ziekenhuis. Opa en ik gingen ervan uit dat ze het ver zou schoppen, maar ineens was het afgelopen. Ik belde haar een keer en kreeg toen plompverloren te horen dat ze niet meer werkte. Zo jammer!’

‘Een studie is nooit weg,’ antwoordde Célina. ‘Dat merk ik aan mama wel. Ik vind het altijd fijn om met haar te praten. Ze weet veel en is geïnteresseerd in de dingen die ik doe.’

Gemma hield haar adem in. 

Hoe kon het dat zij het gevoel had altijd tekort te schieten? 

Het antwoord van haar moeder hoorde ze niet meer omdat Sem het met Thomas aan de stok kreeg, maar het interesseerde haar ook niet. Célina’s woorden dartelden door haar hoofd en vrolijkten haar op. ‘Kom jongens, het is kerstfeest. Laat het dan in ieder geval in dit huis vandaag een beetje vrede zijn.’ Ze legde haar handen op de hoofden van de jongens, wat hen eensgezind eerst deed zwijgen om vervolgens uit te barsten dat ze geen baby’s meer waren. Ze bukten en gingen ervandoor. Lachend zette zij de kopjes, bekers en glazen op het blad.

‘En je hebt dus een vriend?’ hoorde ze haar moeder nu zeggen.

‘Ja, hij heet Leander en hij komt ook.’ Célina keek op haar horloge. ‘Hij is een beetje laat, maar dat komt vaker voor. Hij zal zo wel komen.’

‘Dat is meestal geen goed teken,’ reageerde Mineke een beetje zuinig.

‘Vroeger misschien, maar tegenwoordig is alles anders,’ bemoeide Gemma zich ermee. ‘Ik weet nog hoe zenuwachtig Ruud was toen hij voor het eerst bij jullie op bezoek ging. Volgens mij had Leander daar bij ons helemaal geen last van.’

‘Ik denk het wel, al liet hij dat niet zo merken.’ Célina stond op. ‘Ik ga even appen waar hij blijft.’ Ze liep met haar telefoon in de hand naar de gang.

‘Toch geen goed teken,’ hield Mineke vol. ‘Je wilt toch zo snel mogelijk bij je meisje zijn als je verliefd bent? Of is dat ook niet meer van deze tijd?’

Gemma haalde haar schouders op.

‘Gaan we straks sjoelen?’ stelde Raymond voor. 


[wordt vervolgd