AEX verder in rode cijfers

AMSTERDAM (ANP) De Amsterdamse AEX-index zakte vanochtend weer in het rood door stevige koersverliezen van AkzoNobel en Just Eat Takeaway. Ook elders in Europa liepen de winsten op de beurzen terug na het aanvankelijke sterke herstel van de koersdreun een dag eerder. De vrees dat de opmars van de Delta-variant van het coronavirus het economische herstel zal vertragen zorgde maandag voor een brede verkoopgolf op de wereldwijde aandelenmarkten.


De hoofdindex op Beursplein 5 noteerde rond het middaguur 0,2 procent lager op 719,90 punten. Maandag zakte de graadmeter ruim 2 procent. De MidKap klom 0,3 procent tot 1014,78 punten. Londen en Parijs wonnen tot 0,3 procent. Frankfurt bleef vlak.

AkzoNobel (min 3,5 procent) was de grootste daler in de AEX door tegenvallende resultaten van concurrent PPG. Het Amerikaanse verfconcern kampte afgelopen kwartaal met leveringsproblemen en tekorten van grondstoffen. AkzoNobel maakt woensdag zijn kwartaalcijfers bekend. Maaltijdbezorger Just Eat Takeaway, die maandag nog wist te ontsnappen aan de verkoopdruk, zakte 3,4 procent. 

Luchtvaartcombinatie Air France-KLM was de sterkste stijger in de MidKap met een winst van 3 procent. Metalengroep AMG stond onderaan met een min van 1,7 procent. Bodemonderzoeker Fugro won 1,6 procent. Fugro en advies- en ingenieursbureau Arcadis (plus 0,9 procent) zijn door de gemeente Amsterdam geselecteerd om bruggen en kademuren in het centrum van de stad te herstellen. Ook gaat Fugro aan de slag met een windproject in Vietnam.

UBS steeg bijna 4 procent in Z├╝rich. De Zwitserse bank, die wordt geleid door oud-ING-topman Ralph Hamers, wist de winst in het afgelopen kwartaal bijna te verdubbelen. In Londen klom easyJet 3,6 procent. De Britse luchtvaartmaatschappij leed in het afgelopen kwartaal opnieuw verlies door de coronacrisis, maar zag de omzet wel aantrekken. Ook is topman Johan Lundgren positief gestemd over de zomermaanden en de herfst nu de Britten weer mogen vliegen en meer reisbeperkingen worden opgeheven.

De euro bleef vrijwel onveranderd op 1,1800 dollar. 

Een vat Amerikaanse olie werd 0,7 procent duurder op 66,85 dollar per vat en Brentolie kostte 0,6 procent meer op 69,01 dollar per vat.