Onderzoek modeopleidingen

'We zien dat onveiligheid ontstaat'

UTRECHT (ANP) De Inspectie van het Onderwijs stelt een onderzoek in naar de sociale veiligheid van studenten op kunst- en mode-opleidingen in het hoger onderwijs. Aanleiding zijn de vele meldingen van studenten over onder meer grensoverschrijdend gedrag.


“We zien dat onveiligheid op verschillende opleidingen kan ontstaan”, aldus de inspectie. Bijvoorbeeld omdat studenten “tijdens het onderwijs worden afgebrand”, of door een “veel te hoge studiebelasting en grensoverschrijdend (seksueel) gedrag”. Volgens de inspectie is er ook angst om misstanden te melden, “omdat de studie en werkomgeving klein zijn, iedereen elkaar kent en er een bepaalde afhankelijkheid speelt.”

Onlangs trokken studenten van de Amsterdamse mode-opleiding AMFI aan de bel over de hoge werkdruk en een onveilige sfeer. Ook andere kunstopleidingen, waaronder de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en de Design Academy Eindhoven, haalden afgelopen jaren het nieuws na meldingen over onveiligheid. De inspectie schrijft “geschrokken” te zijn van “de aard en omvang” van de meldingen. Opleidingen hoeven klachten van studenten niet te melden bij de onderwijsinspectie, tenzij het gaat om een seksueel misdrijf en het slachtoffer minderjarig is. Na verschillende oproepen aan studenten om zich toch te melden, kreeg de toezichthouder afgelopen tijd alleen al over AMFI honderd signalen over sociale onveiligheid. Van zes andere kunstopleidingen kreeg de inspectie afgelopen jaar soortgelijke meldingen.

“Dat we het nu wel weten komt ‘toevallig’ door incidenten en media-aandacht”, aldus de inspectie. Volgens de toezichthouder kan een “onveilige leeromgeving” op deze manier jaren bestaan, “zonder dat het bestuur van de instelling en/of de inspectie dit weet. Het zicht is beperkt en het is de vraag of studenten momenteel voldoende beschermd zijn.”

Opleidingen doen ook zelf onderzoek naar aanleiding van klachten, maar volgens de inspectie richten die zich met name op incidenten. De toezichthouder wil nu bepalen of het om een structureel probleem gaat "in een bepaalde sector (kunst en mode) en in het bredere hoger onderwijs.”