Brieven

Brieven


'De Glind heeft
wel degelijk bestaansrecht'

Ik wil reageren op het opinie-artikel in de Barneveldse Krant van voormalig jeugdzorgbestuurder Fokko Witteveen, die opgroeide in De Glind. Hij stelt vraagtekens bij de vele uithuisplaatsingen en daarmee ook bij het bestaansrecht van het 'jeugddorp', waar veel uit huis geplaatste kinderen en jongeren worden opgevangen.
Naar mijn mening heeft De Glind heeft wel degelijk bestaansrecht. Fokko Witteveen vergeet het onderscheid te maken tussen kinderen die beschermd moeten worden tegen het gedrag van ouders en ouders die tegen het gedrag van hun kind beschermd moeten worden. In die laatste categorie is een goed contact met ouders meestal wel het geval als zij zien dat hun kind de juiste hulp krijgt.


Ik heb dertig jaar in De Glind gewerkt als gastheer/beheerder van het hoofdgebouw. Daar heb ik veel ouders ontvangen die dan hun kind(eren) konden ontmoeten vanwege de bezoekregeling. Ontroerende taferelen soms, dan kon je zien dat het bloed kruipt waar het niet gaan kan.
Maar helaas, deze ouder(s) konden, zoals ik het waarnam, nog niet eens voor zichzelf zorgen, laat staan hun kinderen opvoeden en daar verantwoordelijkheid voor dragen.
Toen ik in 1983 begon in De Glind was het een echt jeugddorp. Een groot deel van het personeel moest vanwege hun werk in De Glind komen wonen. Het gevolg was dat mijn kinderen en de kinderen van collega's optrokken en speelden met de kinderen die in De Glind waren geplaatst, Zij ontmoetten elkaar op de voetbal, in het zwembad, de kinderboerderij, enzovoort. Een betere therapie was er niet.


Er werd ook van alles georganiseerd, zoals judo, zaalvoetbal, Koninginnedag-activiteiten en playbackshows. Dat is bijna allemaal verdwenen, wegbezuinigd, geprivatiseerd of wordt moeizaam in stand gehouden door vrijwilligers.
Door het gemis van al deze mogelijkheden, zoals hierboven beschreven, is het werk van de pleegouders een stuk zwaarder geworden. Zij worden nu overstelpt door adviezen van gedragswetenschappers en andere deskundigen, wat weer leidt tot eindeloze vergaderingen en rapportages.


Daar moest de oude garde pleegvaders en -moeders helemaal niets van hebben, zoals ook Riekele Witteveen, de vader van Fokko. Ik snap best dat tijden veranderen, maar het slaat helemaal door, er wordt maar weinig verbeterd. Het is ook geen kwestie van geld als je bedenkt dat sommige kinderen een geschiedenis hebben van vele pleeggezinnen of contact hebben gehad met 160 hulpverleners in een jaar tijd zonder resultaat. Dan moet je in een veel eerder stadium zeggen: 'Wij kunnen jou niet helpen, want jij wil niet geholpen worden'. En dan maar hopen dat er een schrikreactie komt en het toch nog goed afloopt.


[Marinus Heinen,
[Barneveld