[-55-]

-55-

‘Is jouw vader nog steeds eigenaar dan? Ik dacht dat hij het huis zou verkopen nadat wij eruit waren,’ zei Beatrice verbaasd. ‘Dat was tenminste altijd zijn bedoeling, zei hij.’

‘Hij is van gedachten veranderd,’ antwoordde Roderick schouderophalend. ‘Op deze manier verdient hij er meer aan dan wanneer hij verkoopt, denk ik. Zes man die huur betalen, dat loopt lekker op.’

‘Zeker als je het niet onderhoudt,’ zei Pascal weer. ‘Jij werkt voor je vader, ik zou daar toch eens achteraan gaan.’

‘Op de juridische afdeling.’

‘Dan zal ik deze studenten adviseren om een wettelijke aanklacht in te dienen wegens verwaarlozing van het pand waar ze wel ieder jaar meer huur voor moeten neerleggen.’

‘Zeg, blijven we hier staan praten of gaan we naar binnen?’ bemoeide Josta zich ongeduldig met de discussie. Ze duwde zich tussen Pascal en Roderick in en drukte resoluut op de onderste van de drie bellen.

‘Josta wordt steeds assertiever,’ fluisterde Ellis tegen Juliana.

‘Dat was weleens nodig ook. Ze kan zo’n doetje zijn,’ was haar onbarmhartige commentaar.

Ze werden verwelkomd door Wilma, die op de begane grond woonde en haar kamer voor deze gelegenheid beschikbaar had gesteld. Ze riep de rest erbij en al snel was het een drukte van belang in de niet al te ruime kamer. Ellis, Josta en Beatrice zaten op een oude, doorgezakte bank, de rest nam plaats op eettafelstoelen, een poef of de grond.

‘Hoe voelt het voor jullie om hier weer te zijn?’ wilde Sebastiaan van de eerste verdieping weten.

‘Alsof we terug zijn gegooid in de tijd,’ antwoordde Pascal. ‘Tenminste, voor mij. Toen ik net binnenstapte, was het net of ik terugkwam van college, of die tussenliggende jaren er niet zijn geweest.’

‘Heel apart, ja,’ beaamde Beatrice. ‘Er liggen hier heel wat herinneringen.’

‘Voor jou niet alleen goede,’ zei Ellis.

Beatrice glimlachte een beetje triest.

‘Het is anders verlopen dan ik me had voorgesteld toen ik hier kwam wonen, dat zeker. Niet dat ik ergens spijt van heb, maar toch knaagt het weleens.’

‘Mag ik weten waarom of ben ik dan heel onbescheiden?’ vroeg Wilma.

‘Alsof jij weleens niet onbescheiden bent,’ lachte José, die een stel vormde met William en samen met hem op de bovenste verdieping bivakkeerde.

‘Ik raakte ongepland zwanger,’ vertelde Beatrice openhartig. ‘Mijn vriend van destijds liet me in de steek toen ik hem dat vertelde. Daarna ben ik met mijn studie gestopt omdat ik een baan kon krijgen. Die heb ik met beide handen aangepakt, want er kwam een kind waar ik voor moest zorgen. Ik ben verhuisd en ben gaan werken, heb een dochter gekregen en ben sindsdien alleenstaande moeder.’

‘Een heel verhaal in een notendop,’ zei José peinzend. ‘Waarom ben je eigenlijk verhuisd? Moest dat vanwege die baan? Het zou mij juist prettiger lijken om de baby te krijgen te midden van je vrienden.’

Er viel heel even een gespannen stilte.

‘De sfeer was niet zo heel goed tussen ons toen Beatrice een relatie kreeg met Tim,’ vertelde Josta. ‘We hebben Beatrice stuk voor stuk gewaarschuwd voor hem, want hij stond bij iedereen bekend als een egoïstische narcist.’

‘Dubbelop,’ gooide Sebastiaan daar tussendoor.

‘Ik wilde niet naar ze luisteren,’ vulde Beatrice aan. ‘Ik verweet ze zelfs dat ze jaloers waren omdat ik een relatie had. Toen mijn wereld na de zwangerschapstest en de breuk in elkaar stortte durfde ik dat niet eens te vertellen, bang dat iedereen ‘zie je wel’ zou roepen. Daar zit je niet op te wachten in zo’n situatie.’

‘Dat zouden we nooit doen,’ verdedigde Ellis de groep.

Beatrice keek haar aan.

‘Jij niet, nee. Maar de rest…?’

‘Ik wel,’ gaf Roderick eerlijk toe.

‘Jongens, wat een verhaal,’ zei Teske, die samen met Wilma beneden woonde. ‘Maar het is dus blijkbaar wel weer goed gekomen tussen jullie.’

‘Op een dag kwam ik Ellis weer tegen, toen ik met mijn dochtertje in het park liep. Zij heeft ervoor gezorgd dat ik weer bij de groep kwam.’

‘Onder dwang,’ grinnikte Juliana. ‘We waren er in eerste instantie niet allemaal heel blij mee. Er was best veel gebeurd en gezegd voordat Beatrice verhuisde. Ellis vocht echter als een leeuwin voor haar. Dankzij haar zijn wij nu allemaal verwentantes en -ooms voor Jayla.’

‘Ze wordt op haar verjaardagen en in december bedolven onder de cadeaus van haar bonusfamilie,’ lachte Beatrice.

‘Jullie zijn wel echt een heel hechte groep,’ peinsde José. ‘Dat blijkt ook wel uit het feit dat jullie hier zijn, dat jullie dit georganiseerd hebben voor Ellis. Ik denk niet dat wij met z’n zessen dat ooit bereiken. We gaan goed met elkaar om, maar buiten het huis om zien we elkaar verder niet. We doen nooit iets speciaals met z’n zessen.’

‘Wij iedere maand,’ vertelde Pascal. ‘Dat is destijds zo ingesteld omdat het altijd zoveel moeite en geregel kostte om iedereen bij elkaar te krijgen op dezelfde avond. Nu weet iedereen wanneer de groepsavond is en gebeurt het maar zelden dat iemand afbelt. Dat is al die jaren zo gebleven.’

‘Misschien moeten wij dat ook doen,’ stelde Teske voor, haar huisgenoten om de beurt aankijkend.


[wordt vervolgd