[-17-]

-17-


Zonder dat ze zich er echt bewust van was gleden er alweer hete tranen over haar gezicht. Alles in haar lichaam en hersens leek overhoop te liggen, alsof haar hele lijf door een aardbeving heen en weer geschud was. Ze kon niet eens omschrijven hoe ze zich voelde.

‘Is die koffie nou nog niet klaar? Je bent al bijna een halfuur bezig.’ De stem van Ellis deed haar opschrikken. Ze kwam de keuken in toen ze zag hoe Josta eraan toe was. ‘Ach, lieverd toch. Kom hier.’ Ellis pakte Josta vast in een stevige omhelzing en wreef met een troostend gebaar over haar rug.

Josta leunde tegen haar aan. Het leek tot geen van tweeën door te dringen dat het feit dat Ellis Josta troostte, de omgekeerde wereld was.


[Hoofdstuk 5

Het besef van wat dit vreselijke nieuws inhield, daalde maar heel langzaam in bij de groep. Josta bleef hardnekkig weigeren de realiteit onder ogen te zien. Er was altijd nog iets aan te doen, was haar oordeel. Je hoorde vaker over wonderbaarlijke genezingen, behandelingen die tegen alle verwachtingen in toch aansloegen en alternatieve behandelingen met een hoog succespercentage.

‘Je moet niet opgeven. Positief blijven en vechten tegen de ziekte,’ zei ze regelmatig tegen Ellis.

‘Als je zo door blijft gaan, ga ik met jou vechten,’ dreigde Ellis op een gegeven moment. ‘Hou er alsjeblieft over op, Jos. Je maakt het nog moeilijker dan het al is.’

‘Als jij dat wilt, zal ik er niet meer over praten,’ beloofde Josta. ‘Ik blijf echter wel zoeken tot ik iets vind waar je wat aan hebt. Daar hoef jij je niet mee bezig te houden, dat doe ik wel voor je.’

Ellis hield wijselijk voor zich dat ze niet van plan was geweest iets op te zoeken. Voor haar waren de feiten duidelijk. Ze had al haar energie nodig om daarin te berusten en zich voor te bereiden op het onvermijdelijke, een vermoeiende en hoogstwaarschijnlijk nutteloze zoektocht naar alternatieven kon ze daar niet bij hebben. Wel ging ze inderdaad nog een keer het gesprek aan met haar arts, op aanraden van Roderick en Josta. Hij kon haar echter weinig meer vertellen dan de vorige keer.

‘Het spijt me, ik wilde dat ik beter nieuws voor je had,’ verontschuldigde hij zich. ‘De medische wetenschap staat helaas nog steeds machteloos tegen deze agressieve vorm van kanker, ondanks al het onderzoek dat ernaar gedaan is.’

‘Er is dus echt geen enkele hoop?’ vroeg Pascal. Op verzoek van Ellis was hij met haar meegegaan. Ze wist dat hij altijd kalm bleef, aandachtig kon luisteren en alles wat verteld werd ook goed onthield. Objectief, zonder te overdrijven naar de ene of de andere kant.

De arts schudde zijn hoofd.

‘Het spijt me,’ zei hij nog een keer. ‘Het enige wat ik voor je kan doen is pijnbestrijding en medicatie voorschrijven die de klachten op zich vermindert, maar de oorzaak ervan kunnen we niet bestrijden.’

‘Hoelang nog?’ vroeg Ellis met hese stem.

De ogen van de arts drukten vertwijfeling uit.

‘Daar kan ik geen goed antwoord op geven. Een prognose is bijna onmogelijk te geven, omdat die van persoon tot persoon verschilt.’

‘Gezien de klachten die ik heb en het verloop van de ziekte, wat schat u dan in?’

‘Nogmaals, dat is niet te voorspellen.’

‘Maar praten we over jaren, maanden of weken?’ drong Ellis aan.

‘Gezien mijn ervaringen met deze ziekte zou ik zeggen enkele maanden, maar we maken ook wel eens mee dat het, om meestal onverklaarbare redenen, een heel snel verloop heeft. Of juist heel traag, maar dat zijn uitzonderingen.’

‘Ik moet dus rekening houden met nog enkele maanden,’ concludeerde Ellis. ‘Moet ik in die periode nog op controle komen?’

‘In principe niet, dat heeft weinig nut,’ antwoordde de dokter eerlijk. ‘Uiteraard mag je altijd komen als je vragen hebt of als je andere klachten krijgt. Het zou kunnen dat je galweg afgesloten raakt door de tumor of dat het de toegang naar de maag gaat blokkeren. Dergelijke problemen kunnen we oplossen, dus daar moet je vooral niet mee blijven lopen. Als er ook maar iets is, kun je bellen en dan kun je in principe nog dezelfde dag of de dag erna op het spreekuur komen. Dat geldt ook als je meer pijnmedicatie nodig hebt. Vaste controles zijn overbodig, die tijd kun je beter besteden door nog zoveel mogelijk leuke dingen te doen en te genieten.’

‘Zijn er eventueel nog behandelingen in het alternatieve circuit?’ informeerde Pascal voor de zekerheid. Het was een vraag tegen beter weten in, dat wist hij. Als de arts van dergelijke behandelingen op de hoogte was, had hij dat allang gezegd. Toch moest hij het vragen.

‘Zoals bij iedere ziekte worden ze wel aangeboden, maar terughoudendheid is daarbij op zijn plaats,’ waarschuwde de dokter. ‘Vergeet niet dat veel mensen proberen te verdienen aan andermans ellende. Blijf kritisch. Persoonlijk heb ik nog nooit gehoord dat patiënten er echt baat bij hadden, maar dat wil niet zeggen dat het niet mogelijk is. Ik zou zeggen, doe vooral waar je je goed bij voelt, dat kan nooit kwaad, al moet je er zeker geen wonderen van verwachten.’

‘Er is op dat gebied helemaal niets wat goed voelt,’ zei Ellis later, toen ze eenmaal buiten stonden, somber.

‘Dan moet je er niet aan beginnen,’ adviseerde Pascal.

‘Maak dat Josta maar eens duidelijk.’ Ellis trok een grimas. ‘Ze blijft erop hameren dat ik niet op mag geven en het gevecht aan moet gaan.’

‘Ze bedoelt het goed.’


[wordt vervolgd