Steven Kruijswijk staat aan de start van Parijs-Nice, vanaf zondag.
Steven Kruijswijk staat aan de start van Parijs-Nice, vanaf zondag. Crosses the Finish Line During the 2nd Stage of the Criterium du Dauphine Cycling Race Over 135km Between Vienne and col de Porte, France, 13 August 2020. Epa/justin Setterfield/pool

Kruijswijk klaar voor de koers

Wielrenner laat eenzaam bestaan achter zich

EL TEIDE (ANP) Steven Kruijswijk keert zondag in Parijs-Nice terug in het wielerpeloton dat hij op 13 oktober via de achterdeur verliet vanwege een coronabesmetting in de Giro d’Italia.


Na een kleine drie weken trainingskamp op Tenerife kriebelt het bij de in Monaco wonende renner van Jumbo-Visma. “Het is hier trainen en verder niks”, zegt de Brabander, logerend in een hotel op de vulkaanberg El Teide. “Het is niet dat ik de hele winter heb uitgekeken naar de eerste wedstrijd. Maar je traint natuurlijk wel om te koersen.”

Het was een treurig einde van een voor Kruijswijk (33) toch al al zo ongelukkig verlopen jaar. Hij was lid van het ‘dreamteam’ waarmee Jumbo-Visma naar de Tour zou gaan, maar een val in het Critérium du Dauphiné voorkwam zijn rol als een van de drie kopmannen. Op zoek naar revanche begon hij gretig aan de Giro, tot het virus toesloeg. “Ik heb een tijdje thuis gezeten met lichte klachten. Ik moest sowieso binnen blijven vanwege quarantaine. Na vier weken ben ik weer voorzichtig de weg op gegaan. De artsen wilden zeker weten dat ik gezond was en dat die besmetting geen gevolgen heeft gehad.”

Begin november volgde een uitgebreide medische screening en mocht Kruijswijk weer vol gaan trainen. “Zonder tijdsdruk, nog niet met een planning in mijn hoofd. Na die heftige periode met al die teleurstellingen was het gewoon genieten.”


VERTRAGING Uiteindelijk heeft hij een “redelijk normale” winter kunnen draaien. De afgelasting van de Ronde van Valencia zorgde nog voor enige vertraging, maar zondag in Saint-Cyr-L’École begint voor Kruijswijk het seizoen. Gelukkig maar, want op El Teide werden de dagen steeds langer. “Het is redelijk rap gegaan voor mijn gevoel, maar nu is het wel aftellen”, vertelt hij op de voorlaatste dag van het trainingskamp. “Het is hier trainen en verder niks. Het is een eenzame plek, je loopt niet even het hotel uit voor een rondje langs het strand. Er zijn hier alleen wat grindpaden. Het is eentonig, gelukkig wel met een leuke groep jongens. Ik moet er niet aan denken om hier met een Kazachse ploeg te zitten. Dat lijkt me toch een stuk minder gezellig dan met bijvoorbeeld Wout van Aert.”