[-22-]
3 maart 2020 om 13:47
Nu kijken ze beiden naar haar en Silje schakelt over op het Engels. ‘Als je serieus meende dat je hier zou willen blijven, kan dat. Trude,’ ze knikt in de richting van de vrouw in de deuropening, ‘heeft een mooie kamer voor je. Woensdagavond moet je op de luchthaven zijn, zei je toch? Je kunt woensdagochtend de bus richting Oslo nemen, Trude kan je naar de halte in Trysil brengen waarvandaan ik je zojuist heb meegenomen. En met een beetje geluk krijg ik woensdag een opdracht voor hier in de buurt, dan haal ik je weer op. Maar goed, die kans is niet zo heel groot natuurlijk.’ Ze lacht. ‘Maar wat je wilt, hoor! Ik rijd zo naar Oslo, dus je kunt ook gewoon zoals gepland daar mee naartoe rijden.’
Tine kijkt van de een naar de ander. Het voorstel van Silje overvalt haar. Dacht ze even dat het een grapje van haar was toen ze zei dat Tine ook hier kon blijven, nu beseft ze dat het haar ernst is.
Ze doet haar mond al open om te zeggen dat ze natuurlijk naar Oslo gaat, maar opeens gaat ze twijfelen. Waarom zou ze eigenlijk niet hier blijven? Twee dagen wandelen in deze prachtige omgeving, geen drukte, geen gedoe, alleen rust en stilte.
Maar gaat dat zomaar? Ze weet niet eens waar ze precies is.
‘Trude vraagt of we koffie willen,’ doorbreekt Silje haar gedachten. ‘Dan kun je even rustig nadenken en de kamer misschien bekijken.’
Tine knikt en volgt Silje en Trude het huis in, de gang door een grote kamer binnen.
Tine blijft een ogenblik op de drempel staan. Het ziet er gezellig uit; er is veel hout, zowel de vloeren als de meubels zijn gemaakt van robuuste planken. De overgordijnen en de vele kussens op de banken die langs de wand staan zijn van stoffen in warme kleuren. Zacht oranje en diepgroen en geel zijn de kleuren die eruit springen. Een kamer om je direct op je gemak te voelen.
Trude maakt een uitnodigend gebaar in de richting van de banken. Tine heeft al gemerkt dat ze weinig Engels en blijkbaar ook geen Duits spreekt.
Samen met Silje zoekt ze een plekje op een van de banken. Trude zegt nog wat tegen Silje en gaat de kamer weer uit.
‘Trude haalt koffie,’ legt Silje uit. Ze kijkt op haar polshorloge en tikt onrustig met haar voet op de grond. ‘Ik kan niet heel lang pauzeren, mijn volgende adresje is vlak voor Oslo en daar moet ik binnen tweeënhalf uur zijn.’ Ze lacht weer. ‘Maar dat gaat lukken hoor, ik ken een snelle route en mijn auto weet van doorrijden.’ Dan kijkt ze Tine ernstig aan. ‘Ik heb je hopelijk niet helemaal voor het blok gezet? Voel je vrij om zo meteen gewoon weer mee te gaan, hoor! Ik gun mijn nicht klandizie, maar alleen als je dat echt wilt. Je klonk zo enthousiast over de omgeving hier…’
Tine knikt. ‘Ik kijk zo wel…’ Maar in haar hart heeft ze al een beslissing genomen: ze blijft hier!
Tien minuten later rijdt Silje weg. Tine kijkt haar na vanachter haar slaapkamerraam. Ze schudt even haar hoofd. Wat een leuk mens, die Silje. Niet voor te stellen dat ze haar ruim een uur geleden nog nooit had gezien.
Dan bekruipt haar toch opeens de twijfel of ze wel de juiste beslissing heeft genomen. Het is niets voor haar om zo impulsief te handelen. Maar het is een voldongen feit: Silje is weggereden en zij heeft de kamer voor twee nachten besproken.
Ze kijkt de kamer nog eens rond. Het is een knusse, niet al te grote kamer, met een breed bed, waarop een dekbed ligt in dezelfde tinten als de stoffering beneden in de woonkamer. Er staat een klein houten bureautje met een stoel erbij en verder staat er een bruine schommelstoel.
Tine kijkt door het raam naar buiten, de zon gaat alweer schuil achter de wolken, het bos lijkt donker en ondoordringbaar, maar volgens Silje zijn er uitstekend aangegeven wandelroutes. Trude kan haar alle informatie geven die ze maar wil, heeft Silje gezegd voor ze haastig weer in de auto stapte en verdween.
Tine gaat de kamer uit en loopt langzaam de smalle draaitrap af naar beneden. Met gebaren en Google Translate erbij maakt Trude haar duidelijk dat ze, als ze dat wil, vroeg kan lunchen of haar lunch kan meenemen, mocht ze willen gaan wandelen. Ook een wandelroute kan ze haar geven.
Tine kiest voor dat laatste, ze wil zo snel mogelijk eropuit.
Een halfuurtje later loopt ze het bos in, in haar rugzakje broodjes en drinken, in haar hand een kaartje van de omgeving. Tine vindt het niet een heel duidelijke kaart, maar dat geeft niet, ze hoeft alleen maar de paaltjes met de rood-witte kop te volgen. Trude heeft haar duidelijk weten te maken dat deze wandeling ongeveer drie uur in beslag zal nemen. Genoeg voor deze eerste dag. Morgen kan ze misschien een langere route kiezen.
Tine haalt diep adem als ze tussen de rechte stammen van de hoge naaldbomen loopt. Het pad is nat en soms wat glibberig van de vele regen van de afgelopen dagen. Maar nu is het droog en af en toe komt zelfs de zon weer even tevoorschijn.
Langzaam voelt ze rust in haar hoofd komen; alle problemen en vragen lijken heel ver weg. Thuis lijkt ook ver weg. Deze twee dagen wil ze benutten om echt tot zichzelf te komen, niet nadenken over alle dingen die haar steeds bezighouden, zorgen baren en somber maken.
Gewoon de ene voet voor de andere zetten, de stilte inademen. Verder niets.
[wordt vervolgd