Cees van Dijk

Ze komt zelf uit een groot gezin. Van jongs af aan is ze is gewend rekening met elkaar te houden en zaken samen aan te pakken. Marja Ruiter. Met haar man Jan vormt ze de stuwende kracht achter Ruiter Zonwering en Garagedeuren in Barneveld. Als we met haar in de nieuwe, en deze dag zonovergoten, showroom de afgelopen decennia de revue laten passeren, haast zij zich te benadrukken hoe belangrijk de betrokkenheid is van alle medewerkers binnen het bedrijf, familie of niet.

Daar komen we later in ons gesprek nog uitvoerig op terug. Eerst terug naar het begin van het zakelijke avontuur. „Mijn man werkte destijds als chauffeur bij het transportbedrijf van mijn vader, maar hij liep allang met het idee om voor zichzelf te beginnen. In 1991, Jan was toen 33, zette hij de stap en ging hij garagedeuren verkopen", vertelt Marja. „Dat was best spannend, want inmiddels hadden we drie kinderen. Als je dan een eigen zaak begint, beheerst alles wat te maken heeft met het bedrijf vanaf dat moment het grootste deel van je leven."

[STROOMVERSNELLING] Aanvankelijk zetten Jan en Marja kleine stappen op het ondernemerspad. „Eerst werkten we van huis uit en deed Jan nog andere klusjes. Toen de zaken wat beter gingen, kregen we de beschikking over een eigen bedrijfsruimte", vervolgt Marja. Nadat de onderneming zich ging toeleggen op het bekleden van garagedeuren, kwam de zaak in een stroomversnelling. „Dat bleek een schot in de roos. Iedereen wilde een beklede garagedeur hebben, leek het wel. Vooral red ceder was populair. In de goede tijd leverden we meer dan achthonderd deuren per jaar."

Dan stort in 2008, als de gevolgen van de financiële crisis alom voelbaar worden, de markt in. Het bedrijf van Marja en Jan is inmiddels gevestigd op een locatie aan de Nijverheidsweg in Barneveld en er zijn zeven medewerkers in vaste dienst. „Die klap kwam hard aan. Net hadden we een pand aangekocht en behoorlijk wat investeringen gedaan", herinnert Marja zich. Samen moeten ze alle zeilen bijzetten om het hoofd boven water te houden. „Daar heb ik echt slapeloze nachten van gehad. Je heb toch de verantwoordelijkheid voor je medewerkers en voor je gezin. Gelukkig konden we nog wel de nodige garagedeuren plaatsen bij bedrijven en particulieren, maar de groei die we in de jaren daarvoor hadden meegemaakt was volledig voorbij."

[INNOVATIES] Vanalles proberen Marja en haar man om voldoende omzet te genereren. Helaas blijkt niet alles wat zij onderhanden nemen even succesvol. Marja: „Jan is en echte techneut. Hij bedacht allerlei innovaties. Soms pakte dat goed uit, een andere keer juist niet." Naast de garagedeuren hadden Jan en Marja zich ondertussen gericht op zonweringen en overkappingen voor horecagelegenheden, maar die sector stond er in die crisisjaren ook niet bepaald florissant voor. „We gingen zelfs naar horecabeurzen om daar onze producten aan de man te brengen. Dat was ontzettend duur, en financieel kon het eigenlijk niet, maar we wilden echt alles proberen om de zaak overeind te houden. Dit werkte door in het gezin. Ook de kinderen merkten dat we zorgen hadden. Toch hebben we nooit aan stoppen gedacht", zegt Marja nadrukkelijk.

Die malaise duurt een jaar of vijf. Dan keert het tij en krijgt Ruiter Zonwering en Garagedeuren de wind in de rug. „In 2013 merkten we dat er sprake was van een voorzichtig herstel. Die opleving zette gelukkig door en we kregen weer wat meer lucht. Daardoor konden we ook verhuizen naar de locatie waar we nu zijn gevestigd." Dat blijkt een schot in de roos, want vanaf het moment dat het bedrijf verkast naar de Harselaarseweg in Barneveld neemt ook het aantal klanten dat spontaan binnenkomt toe.

[ONDERNEMERSZIN] „Thuis ging het altijd over de zaak', geeft Marja toe. Het houdt nu eenmaal niet op als je hier de deur achter je dichtdoet." Dat blijft niet zonder effect, als de ondernemerszin van zijn ouders overslaat op Gerwin, de oudste zoon van Jan en Marja. Negentien jaar is hij als hij zijn opwachting maakt in het bedrijf van zijn ouders. Aanvankelijk was hij automonteur en dat hij ooit zijn draai zou vinden in de zaak, had Marja niet verwacht. „Eigenlijk zijn we er nooit van uitgegaan dat onze kinderen, we hebben een dochter en twee zoons, in het bedrijf aan de slag zouden gaan."

Dat blijkt wel het geval. Gerwin houdt zich nu bezig met de verkoop en de jongste zoon, Richard, richt zich vooral op de techniek. „José, onze dochter, is meer van het klantcontact en verricht de administratie van de contracten. Onze zoons zijn heel verschillend, maar zij voelen elkaar goed aan." Dat het toch anders is als je ouders de leiding over het bedrijf hebben dan wanneer je verantwoording schuldig bent aan een directeur, illustreert Marja met een voorbeeld. „Soms vraagt Gerwin advies aan mij of aan zijn vader. Dan blijkt later dat hij toch zijn eigen plan trekt. Daar moesten we, zeker in het begin, wel aan wennen."

[FAMILIELEDEN] Vanaf het moment dat het bedrijf een aantal jaren geleden weer tot bloei kwam, stroomden ook de familieleden toe, zegt Marja lachend. Nu werken er, naast haar drie kinderen, twee zusjes van Marja, drie nichtjes en twee neven in het bedrijf. Inmiddels zijn haar zusje Wilma van Delen en Nick Schuurman, een neef van Marja, aangeschoven. Zij vertellen hoe het is om in een organisatie te werken waar je elke dag familieleden tegenkomt. Is er weleens sprake van een lastig conflict, willen we weten. „Nee, eigenlijk niet", klinkt het eensgezind. „Iedereen binnen het bedrijf zet zich voor honderd procent in en we weten wat we aan elkaar hebben. Lastig dat we familie van elkaar zijn? Nee, absoluut niet. Dat is juist een voordeel."

Wilma doet de financiële administratie. Zij kwam bij het bedrijf toen haar andere zus zwanger was en zij haar taken moest overnemen. „Aanvankelijk was ik af en toe hier, maar gaandeweg werd het steeds meer." Ook zij vindt dat er een stevige band is met alle familieleden die bij het bedrijf werken. „Omdat we weten dat we elkaar kunnen vertrouwen, kunnen we ook alles met elkaar bespreken. Dat moet ook wel, want als irritaties blijven sluimeren, gaat het niet goed."

„Natuurlijk zijn we het niet altijd met elkaar eens", stelt Wilma. „En we verschillen in karakter. Marja gaat bijvoorbeeld wat gemakkelijker de confrontatie aan en ik ben misschien te goeiig. Maar ook dat kunnen we tegen elkaar uitspreken. Daarnaast hebben we vanzelfsprekend allemaal onze eigen taken en verantwoordelijkheden. En als het een keer nodig is, bijvoorbeeld als er privé wat is, vangen we dat voor elkaar op."

[KWINKSLAGEN] Marja hoort het verhaal van haar zus geamuseerd aan. Al snel wordt aan tafel duidelijk dat zij en Nick wat meer aan elkaar gewaagd zijn als er over en weer een paar kwinkslagen worden gemaakt. Ook dat is tekenend voor de goede onderlinge verstandhouding, vinden ze allebei. Voor Nick, die zich vooral met de planning bezighoudt, is het belangrijk dat je op elkaar kunt rekenen. Zelf is hij elke morgen op kantoor voordat de monteurs op pad gaan. Dat vindt hij vanzelfsprekend. „We zijn allemaal gedreven en hebben zonder uitzondering hart voor de zaak."

Dat geldt voor alle medewerkers, benadrukt Marja nogmaals. „Eigenlijk voelen we ons een grote familie. Dat komt ook doordat we weten dat we met elkaar de klus moeten klaren." Is er dan geen risico dat de familieden binnen het bedrijf een kliekje vormen? „Daar is absoluut geen sprake van. Dan zou het immers snel afgelopen zijn, want zo kun je niet werken."

Nu haar zoons en dochter hun plek in het bedrijf hebben gevonden, beschikt Marja over iets meer ruimte voor zichzelf. Daar kan ze echter nog maar moeilijk invulling aan geven. „Ik kom uit een ondernemersfamilie. Vroeger ging het dag en nacht over de zaak. Nu pakken de jongens veel zaken op, maar als ik een dag thuis loop, vind ik het nog steeds lastig om mijn draai te vinden."

[BETROKKENHEID] Na enig aandringen geeft ze toe dat ze wel meer vrijwilligerswerk zou willen doen. Ook is er nu tijd om iets leuks met de kleinkinderen te doen. „Ik ga graag met andere mensen om. Sociale contacten vind ik heerlijk. Weet je, ik heb er altijd moeite mee om niets te doen. Stilzitten, dat is niks voor mij. Het reilen en zeilen van de zaak blijft toch overheersen." Ook voor haar man is het moeilijk om afstand te nemen, weet Marja. „Jan is nu 61. Als je jarenlang met hart en ziel aan je eigen bedrijf hebt gewerkt, valt het niet mee om dat los te laten."

Aan de opvolging kun je bij een familiebedrijf niet vroeg genoeg beginnen, vindt Marja, maar aan echt stoppen moeten zij en Jan voorlopig niet denken. Daarvoor zijn ze nog teveel betrokken bij het wel en wee van hun onderneming. Ook de contacten met de klanten zou ze enorm missen. „In de afgelopen jaren is de zaak gegroeid, is ons personeelsbestand uitgebreid en heeft de digitalisering een belangrijke plek ingenomen. Wat onveranderd is gebleven is de persoonlijke betrokkenheid van alle medewerkers", vindt Marja. „Dat merken onze klanten ook en dat is volgens mij de kracht van ons bedrijf."


[TIP DE REDACTIE]

Vader, moeder, de kinderen, broers, zussen en verdere familie; samen op de werkvloer. Hoe doe je dat? En minstens zo belangrijk: hoe houd je het leuk? In de rubriek Familiezaken portretteren we ondernemende families uit de regio Barneveld. Soms allemaal actief in één bedrijf, soms hebben ze verschillende ondernemingen.

Welke ondernemers mogen in deze rubriek niet ontbreken? Geef uw tips door aan Geertjan Jansen via g.jansen@bdu.nl of bel 0342-494235.