Jannes Bijlsma

Via handhavings- en ondermijningstrajecten komt de gemeente Barneveld gevallen tegen waar te veel mensen op elkaar wonen, waar de brandveiligheid in het geding is of waar sprake is van overlast in de buurt. Om die reden stelt de gemeente Barneveld nu 'spelregels' op waar huisvesting voor arbeidsmigranten aan moet voldoen.

Hoewel zich in Barneveld geen wantoestanden voordoen, zijn er volgens De Kruijf zo nu en dan wel problemen met arbeidsmigranten. Soms ervaren ook buurtbewoners er overlast van. ,,Het valt hen bijvoorbeeld op dat er in hun straat wel erg veel busjes geparkeerd staan, dat er geluidsoverlast is of dat de vuurkorf elke dag brandt. Zij vragen dan: moet dat nu echt?" 

Een groot deel van de arbeidsmigranten woont in heel gewone huur- of koopwoningen. Met name in de huursector gebeurt het nogal eens dat woningen 'verkamerd' worden aangeboden, vaak zonder toestemming van de gemeente. Die woningen worden verhuurd aan werkgevers, uitzendbureaus of rechtstreeks aan de migrant. Soms ontstaan dan ongewenste situaties als torenhoge huurprijzen, of meerdere mensen die op één kamer wonen. ,,Iedereen weet straks waar een goede, menswaardige huisvesting aan moet voldoen. En als het echt nodig is, kunnen we handhaven. En dat zullen we dan ook doen."

Regels voor de huisvesting van deze mensen zijn vooral ook nodig, vanwege de omvang van de groep. Die is niet exact aan te geven, maar Barneveld gaat ervan uit dat het aantal buitenlandse arbeidsmigranten in Barneveld inmiddels tussen de 660 en 880 bedraagt. ,,Deze mensen komen vooral uit de zogenaamde MOE-landen, uit Midden- en Oost-Europa", aldus De Kruijf. ,,Er is hier ook heel veel werk: Barneveld telt zo'n 32.000 arbeidsplaatsen. Dit is zeer veel, op een beroepsbevolking van zo'n 22.500 mensen. Huisvesting voor mensen van buiten is daarom nu meer dan ooit nodig."

De nieuwe regels zijn primair gericht op buitenlandse werkenden die voor een relatief korte periode in Nederland verblijven en binnen een straal van tien kilometer werken vanaf waar zij woonachtig zijn. In het nieuwe beleid zijn voorwaarden gesteld aan huisvesting in reguliere woningen binnen de bebouwde kom, in agrarische bebouwing in het buitengebied en op bedrijventerreinen. In de laatste categorie wordt straks nieuwbouw toegestaan van complexen die ruimte bieden aan maximaal honderd volwassenen. Hiervan mag er maximaal één per bedrijventerrein worden gerealiseerd. ,,Dat vinden wij het maximale aantal", zegt De Kruijf. ,,In Zeewolde staat een complex waar zo'n 1400 migranten wonen; zoiets zou een veel te grote druk op de omgeving in Barneveld opleveren."

Een dergelijk complex moet ook een beheerder hebben die verantwoordelijk is voor wat er op het terrein plaatsvindt en hoe de migranten gehuisvest zijn.,,Hoe meer migranten er bij elkaar wonen, hoe belangrijker die functie van beheerder wordt. Er moet voor ons altijd iemand aanspreekbaar zijn." In agrarische panden mogen straks maximaal vijftien personen wonen en binnen de bebouwde kom vijf mensen. ,,Die woningen moeten dan wel minimaal tweehonderd meter uit elkaar staan", voegt De Kruijf toe. ,,Ook moet de woning een minimale WOZ-waarde van 300.000 euro hebben." In De Glind en Kootwijk staat de gemeente geen huisvesting voor arbeidsmigranten toe, gezien de schaal van het dorp en het ontbreken van voorzieningen als bijvoorbeeld een supermarkt.

De gemeente hanteert de criteria van het SNF-keurmerk (Stichting Normering Flexwonen), om te beoordelen of de huisvesting van migranten voldoet. Zo moet er bij grotere complexen minimaal één toilet, één douche en één kookplaat per acht personen zijn, krijgt elke migrant minimaal twaalf vierkante meter gebruiksoppervlakte tot zijn beschikking, waarvan 3,5 voor het slapen en is er minimaal dertig liter koel/vriesruimte per persoon. Ook zijn er parkeernormen vastgesteld. ,,Huisvesting van arbeidsmigranten moet hier menswaardig zijn, met voldoende privacy."