Op 15 november 2019 liep de verdachte de woning van haar moeder binnen, en trof daar het slachtoffer aan. Zij hielp de moeder van de verdachte op dat moment met schoonmaakwerkzaamheden. Al eerder had de verdachte het slachtoffer beschuldigd van diefstal, waarover op die dag ruzie ontstond. De Veenendaalse pakte vervolgens het flesje met zure vloeistof, dat ze al eerder in de vensterbank van haar moeder had neergezet, en gooide het richting het slachtoffer. De vloeistof kwam vervolgens (onder andere) in het rechteroog van het slachtoffer terecht.

De Veenendaalse bevestigt in haar verklaring dat ze het flesje zoutzuur had besteld bij haar ex-partner, en bewust had klaargezet in de woning van haar moeder. Ze wilde de vermeende diefstal stoppen. Toen ze het slachtoffer confronteerde en er ruzie ontstond, besloot ze het zoutzuur te pakken en richting het slachtoffer te gooien. Het slachtoffer verklaarde dat het zuur pijn deed en stonk. Het zicht aan haar rechteroog is door de aanval fors verminderd.

De rechtbank ziet in de verklaring van Veenendaalse en het slachtoffer terug dat de aanval met de zure vloeistof was voorbereid, deze was ten slotte al aanwezig in de woning. Ze wist daarnaast ook wat voor schade ze aan kon brengen met deze vloeistof: ze had het zelf besteld. De gevolgen volgens de rechtbank voor het slachtoffer zijn enorm, vermoedelijk zal haar zicht nooit herstellen. De rechtbank oordeelt daarom dat de verdachte schuldig is aan zware mishandeling met voorbedachten rade. Zij krijgt hiervoor 24 maanden cel, waarvan 12 maanden voorwaardelijk. Aangezien de verdachte psychische problemen heeft, geldt als aanvullende voorwaarde dat zij zich meldt bij de reclassering. Daarnaast moet de verdachte een schadevergoeding betalen aan het slachtoffer, en mag ze niet in haar buurt komen.