Jannes Bijlsma

Het conflict draait om ‘recreatief gebruik’ van een perceel in of rond Garderen en de bouwwerken die daarop staan. Een persoon kocht in 2009 een woning in Garderen en vroeg de gemeente in juli 2014 of er vergunningen waren verleend voor het recreatief gebruik van het naastgelegen perceel en voor enkele bouwwerken rond de woning, waaronder speeltoestellen en afrastering. De gemeente Barneveld vatte de vraag op als een handhavingsverzoek. Burgemeester en wethouders besloten in januari 2015 om niet in grijpen.

Dit had ermee te maken dat de gebruik van de grond jarenlang onveranderd was gebleven en dat de bouwwerken ook al lange tijd op het perceel stonden, zeker al sinds het moment dat de koper er in 2009 kwam wonen. Die kwam tegen het collegebesluit in het geweer en het college stelde hem in juli 2016 deels in het gelijk: er werd handhavend opgetreden tegen een aantal bouwwerken op het terrein in Garderen. De eigenaar moest, met uitzondering van de afrastering, alle bouwwerken verwijderen. Tegen het gebruik van het perceel als recreatiewoning besloot het college echter opnieuw niet op te treden. Juridisch is recreatief gebruik toegestaan, betoogde het college, omdat dit al jaren legaal gebeurde voordat het bestemmingsplan werd gewijzigd en dit illegaal werd. Het zou daarmee onder het zogenoemde overgangsrecht vallen.

[SPEELTOESTELLEN] Tegen dit collegebesluit kwam de bezwaarmaker opnieuw in het geweer, dit keer bij de rechtbank Gelderland in Arnhem. De eigenaar van het Gardereense perceel deed ondertussen hetzelfde, omdat hij het niet eens was met het besluit om alle bouwwerken te verwijderen. Beide zaken werden in maart 2017 behandeld. In de eerste zaak verklaarde de rechtbank de bezwaarmaker niet-ontvankelijk, omdat hij zijn bezwaar tegen het collegebesluit te laat zou hebben ingediend en er geen redenen waren om hem daarvoor te excuseren. In de zaak van de eigenaar van het terrein tegen het collegebesluit, bepaalde de rechter dat de gemeente Barneveld onterecht had opgetreden tegen de aanwezigheid van speeltoestellen die niet hoger zijn dan 2,5 meter, omdat voor het bouwen daarvan geen vergunning nodig is. De gemeente was wél bevoegd voor de handhaving tegen andere bouwwerken.

[MOTIVERING ONVOLDOENDE] Omdat de twee buren zich niet konden vinden in de beide vonnissen, kregen de zaken dit jaar een vervolg voor de Raad van State. De bezwaarmaker meende dat er wel een reden was om hem te excuseren voor zijn late bezwaar tegen het collegebesluit. De Raad van State stelde de buur deze week in het gelijk en ging daarom - in tegenstelling tot de rechtbank in 2017 - inhoudelijk in op zijn bezwaar. De rechter bepaalde daarbij dat het college van b. en w. onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het recreatieve gebruik van de woning in Garderen wordt beschermd door het overgangsrecht. In het besluit was namelijk niet vermeld welke vorm van ‘recreatief gebruik’ op het perceel plaatsvond en ook werd niet duidelijk dat de ‘intensiteit’ van dit gebruik jarenlang gelijk is gebleven. Het beroep van de bezwaarmaker werd gegrond verklaard. Barneveld dient de proceskosten te vergoeden en het college moet een nieuw besluit nemen over het handhavingsverzoek, voor zover dat gaat over het recreatief gebruik van het perceel.

[TERECHT] De Raad van State deed tegelijk uitspraak in de zaak tussen de gemeente en de grondeigenaar, die meende dat het college niet handhavend mocht optreden tegen verschillende bouwwerken op het terrein. Hij schermde daarbij met gedoogbeslissingen van het college uit 2009; die zouden volgens hem formeel gelijk staan aan het verlenen van een omgevingsvergunning. De rechter wees dat argument echter af en besloot dat het college terecht had opgetreden tegen de aanwezigheid van de verschillende bouwwerken.