Allemaal leuk en aardig die coronatijd, maar door al die beperkingen zijn mijn ontsnappingsclausules (voetbal, film, vrijwilligerswerk, op stap met vrienden) tijdelijk ook ongeldig verklaard. Het gevolg is dat mijn duifje zo ongeveer op elk moment dat ik thuis ben mijn aandacht vraagt. En ik vind het fijn om me zo nu en dan even terug te trekken in mijn geestelijke grot (ook wel 'mancave' genoemd). Dat botst.

Het gevolg is dat ik vaak traag reageer op haar opmerkingen, wat mij dan vervolgens op allerlei verwijten komt te staan. En als ik dan (eindelijk) mijn aandacht er helemaal bij heb, begint ze strikvragen te stellen. Bijvoorbeeld over het cijfer dat ik ons huwelijk in deze coronacrisis geef (in het licht van ons 30-jarig jubileum in juni). En dan moet ik elke keer weer bedenken of ik het eerlijke antwoord geef (inclusief enkeltje richting zolder) of mijn toevlucht zoek tot het gewenste antwoord (waarmee ik mezelf verloochen). 

Met cijfers is het extra lastig. Als ik ons huwelijk een vijf geef, roept dat te veel vragen op. Een tien is ongeloofwaardig, maar ook bij een acht (op zich een mooi cijfer) zou ik zomaar in de problemen kunnen raken. Want ook bij een acht worden er vragen gesteld. Wat gaat goed, wat moet nog beter? Duivelse dilemma´s.

Om aan dit soort gesprekken te ontsnappen, ga ik -nu het weer een beetje kan- maar snel afspraken maken. Eerst met de kapper. Daar ga ik verhaal halen, want ik heb nu uit eigen ervaring gemerkt dat niets zo tijdelijk is als een permanent. Terwijl de naam toch echt iets anders doet vermoeden. Mijn haar hangt inmiddels over mijn ogen. 'Een lok down', noemt collega Geert-Jan dat. Vervolgens breng ik mijn kinderen om de dag naar school, terwijl ze mij daar helemaal niet meer bij nodig hebben. Sterker nog, ik weet zeker dat ze honderd meter voor me uit gaan fietsen omdat ze zich voor mij schamen. Maar vooruit, ik grijp alle bewegingsvrijheid aan die binnen de gestelde regels mogelijk is. Ik overweeg zelfs serieus om mijn nagels te laten behandelen en bij de fysiotherapeut rugpijn te veinzen door al dat thuiswerken. Dat zegt wel iets over de wanhoop waaraan ik ten prooi ben gevallen.

Onderzoeken blijken inmiddels uit te wijzen dat zo ongeveer de helft van (nu) thuiswerkend Nederland ook na de coronacrisis het liefst op de eigen zolder wil blijven buffelen. Ik hoor bij de andere helft. Ik heb geprobeerd om via de app en de mail collega´s op de kast te jagen, maar dat werkt helemaal niet.

Ik beloof plechtig dat ik straks, als alles weer een beetje normaal wordt, mijn teerbeminde mee uit eten neem. En ja, voor die ene avond mag ze haar mondkap thuis laten.

[Erik Roest]