Geïsoleerd aan huis gebonden overleven is een vak hoor. Daar is ook nog geen app voor ontwikkeld. Minister Hugo de Jonge schijnt er heel druk mee te zijn. Maar het geruststellend lopen op kleurrijke mascolori’s vergt veel oefening en geduld. In crisistijd baseer ik mijn vertrouwen in bestuurders soms op het schoeisel waarop zij zich voortbewegen. Platvloerse gebarentaal zegt heel veel hoe er wordt gedacht over de ernst van de situatie! Hoe staan onze bestuurders met hun poten in de shit van anderen! Mascolori’s zie je over het algemeen niet in verpleegtehuizen, of daklozencentra, daar tref je meestal versleten pantoffels aan, of hakloze instappers.

Zo zit ik nu dus met mijn groene vingers noodgedwongen een stukje te schrijven. Voor mijn generatie, zeg maar het aanstormende dorre hout van de babyboomerskliek, zijn het bizarre en angstige tijden. Maar het is tegelijkertijd ook een mooie wereld. Want we komen, vreemd genoeg, weer een beetje dichterbij elkaar en daar hadden we – tot voor kort - geen weet van. Dat er nog een wereld dichtbij is. Okay, op anderhalve meter afstand voorlopig, maar dat is ook bedoeld om weer te leren meer naar elkaar om te kijken. Want dat waren we een beetje vergeten. En dan is anderhalve meter een mooi begin.

[HUISKAMERPOLITIEK] In de Barneveldse politiek, om toch maar dicht bij huis te blijven, is zo’n intelligente lockdown echter nog wel een dingetje hoor. Deze week waren we als samenleving getuige van de eerste digitale raadsvergadering. Een soort huiskamerpolitiek, als voortschrijdend equivalent van dorpspolitiek. Maar ondanks de vredige huiselijke achtergronden van onze geachte bestuurders ging het meteen helemaal mis. Er stond een initiatief vanuit de samenleving op de agenda, maar een raadsmeerderheid ging, geschrokken, meteen helemaal lockdown. Gut ja, de samenleving, hoe werkte dat ook al weer? Het werd een heuse testcase voor het functioneren van onze lokale democratie.

Maar het wordt nog merkwaardiger, want eigenlijk stond er helemaal geen initiatief op de agenda, want een subsidieverzoek voor een standbeeld van Lodewijk Napoleon in Voorthuizen was door de initiatiefnemers ingetrokken. Die hadden wijselijk besloten eerst de dialoog aan te gaan met de Voorthuizense samenleving. Lijkt mij een verstandige volgorde. Maar aan die volgorde had een raadsmeerderheid geen boodschap. We zijn met z’n allen aan het overleven, maar aan het Raadhuisplein maken ze zich vooral druk over een samengeperst stukje gruis. Het gruis zou niet verbindend genoeg zijn.

[BOZIGE BRIEVEN] Als een paar bozige ingezonden brieven in de Barneveldse Krant als leidraad voor deze slagvaardigheid mogen worden beschouwd, dan is er nog volop hoop op een happy end in de nog niet gestarte winddialoog. Als je op voorhand standbeelden omver kunt kegelen, dan zijn een paar windturbines straks een fluitje van een cent.

Samengevat heeft de raad deze week een besluit genomen over een voorstel dat er feitelijk niet meer is. Dat er een besluit wordt genomen over iets onzichtbaars kan tot een staatsrechtelijk unicum worden gerekend. Dat zou kunnen betekenen dat toekomstige initiatieven uit de samenleving op voorhand kunnen rekenen op een mondkapje van onze lokale politici.

Als oud-raadslid dacht ik alles wel zo’n beetje te hebben meegemaakt, maar het Barneveldse staatsrecht van de huidige generatie bestuurders blijft mij verrassen. Want er werd niet alleen een besluit genomen over een onzichtbaar voorstel, de raad ging ook maar even uit voorzorg op de stoel van het college zitten, omdat het mogelijk werd geacht, onder aanvoering van BI-fractievoorzitter Judith van den Wildenberg, dat de initiatiefnemers via een achterdeurtje bij het college toch een vergunning zouden kunnen bemachtigen om een standbeeld te realiseren op het Bunckmanplein. Vroeger heette zoiets een motie van wantrouwen. Ik denk dat raad en college elkaar de komende tijd vanuit de huiskamer elkaar nog maar eens diep in de ogen moeten kijken.

[OP DE REM] Of je nu voor of tegen een standbeeld bent, dat doet er even niet toe. Zoals PRO98-fractievoorzitter Arjen Korevaar van PRO98 terecht opmerkte woensdagavond: “…niet op de rem trappen bij burgerinitiatieven…” En die opmerking moeten enkele partijen zich heel erg aantrekken.

Zoals het CDA met hun ‘right to challenge’ visie. (Bron Vereniging Nederlandse Gemeenten: ‘Het Right to Challenge past binnen een dynamische samenleving waarin gemeenten zich realiseren dat bewoners waarde en kwaliteit aan diensten en hun leefomgeving toevoegen. In Nederland is de omgang met burgerparticipatie en maatschappelijke initiatieven voor gemeenten een steeds belangrijker thema. Gemeenten willen aansluiten bij de energie van de samenleving en zijn zich er steeds meer van bewust dat het ‘Recht’ in toenemende mate bij de samenleving en het individu ligt”).

Zo’n citaat alleen al is een standbeeld waard. De energie van de samenleving! Een raadsmeerderheid heeft gemeend die energie te moeten belonen met een stevig aangesnoerd mondkapje.

Ook de fractie van BI, afkorting van b.u.r.g.e.r.i.n.i.t.i.a.t.i.e.f (leuke tekst voor een T-shirt), moet het zich aantrekken, als dwalende oppositiepartij en gedoogpartner van de coalitie. Oppositie voeren en gedogen, dat gaat niet samen en daar kun je ook behoorlijk van in de war raken.

[VERBINDEN] Verbinden is een vak. Politiek verbinden al helemaal. De raad heeft deze week, ben ik bang, wat minder vrienden gemaakt in de – in ieder geval Voorthuizense – samenleving.

Als Lodewijk Napoleon al als een bezetter mag worden beschouwd, dan manifesteert een deel van onze lokale democratie zich nu als bezetter van initiatieven uit de samenleving.

Een heel verkeerd signaal, sowieso, maar ook op een heel verkeerd moment. Het lijkt wel op ‘Luilakken op Koningsdag’, een hoop herrie waar niemand op zit te wachten.

Kortom: geef Voorthuizen een kans er met elkaar uit te komen. Ze zijn daar Barneveld gewend, ze kunnen tegen een stootje. Right to challenge…

[Dick van Rheenen]