In de besneeuwde bossen was het stil. Vogels hoorde en zag je nauwelijks; slechts hier en daar een merel die aan de voet van een boom de sneeuw wegkrabde, omdat op zulke beschutte plekjes de kans het grootst was dat er nog iets eetbaars te bemachtigen viel. Bij nadering van een mens haastten ze zich weg. Verder trof je een enkele roodborst, koolmees, winterkoning, vink en met enig geluk een paa...