Gids Wout – ,,met een t, hè” – kijkt naar de lucht. ,,De omstandigheden zijn niet ongunstig: weinig wind, misschien een beetje uit de verkeerde hoek.” Vanaf het natuurcentrum leidt hij zo’n dertig fietsers het bos in, richting de wildkansel. ,,Laten we vast oefenen in stil zijn; soms komen we onderweg al wild tegen.”

GEWEILOZE HINDEN Zwijgend fietst de groep door het bos. Maar geen dier laat zich zien. Dan stapt Wout af bij een hoog hek dat opengehouden wordt door gids Alberto Ballar, die de leiding overneemt. Hier begint het echte wildgebied. De fietsen worden achtergelaten en vol spanning gaat het dieper het bos in.
Dan schemert aan de linkerkant tussen het geboomte door een open plek – een groot grasland. Alberto wijst en warempel, aan de overkant van het veld grazen edelherten. Met de verrekijker zijn de grote, maar geweiloze hinden duidelijk te onderscheiden. Er lopen zelfs kalfjes bij, met witte stipjes op rug en flanken. Dit is de Veluwe.

Maar wat lopen daar voor donkere beesten? Zwijnen! Op klaarlichte dag nog wel – althans, de zon is nog niet onder. Kennelijk voelen ze zich hier veilig. Hiervandaan zijn ze moeilijk te zien, en gids Alberto loopt door. Het mooiste moet nog komen.

ROODWILD Het pad loopt iets omhoog en daar doemt een gebouw op: de wildkansel. Alberto opent een grote houten deur en dan ontvouwt zich achter een glazen wand een weids vergezicht. Vanaf in een tribune-achtige opstelling geplaatste stoelen kijkt de groep uit over een uitgestrekt golvend, grazig terrein met aan weerskanten een dichte bosrand. Rechtsvoor ligt een poel, verder naar achteren een door dieren opengehouden zandig stuk waar zich ook water bevindt.

En links achterin, daar zit het wild. Een kudde roodwild – hinden met kalveren – ligt te rusten, alleen de leidhinde staat waakzaam overeind. En rechts daarvan het zwartwild, de ‘nozems van het bos’. Minstens een dozijn varkens, grote en kleinere, grazen of wroeten er op zoek naar wat eetbaars.

Daarachter loopt het zevenhonderd meter lange terrein uit in een punt, met op een heuveltop een smalle doorgang richting Mossel, vertelt de gids. Hier binnen mag – gedempt – gepraat worden, en daar maakt hij gebruik van door te vertellen over het wild. Meteen wordt hij echter onderbroken door een troepje everzwijnen dat vlak voor de wildkansel het terrein op komt. Twee volwassen zeugen, vier halfwas dieren en drie biggetjes. In looppas bewegen de beesten zich naar links, voortdurend met de snuit naar de grond, eten wat gras en wie weet wat nog meer en maken dan rechtsomkeert. Hebben ze toch wat gehoord?

SLAGTANDEN ,,Wilde zwijnen hebben heel gevoelige zintuigen”, legt Alberto uit. ,,Ze kunnen goed zien en vooral ruiken en horen. Ze zijn schuw dus vooral ’s nachts actief, maar hier ook wel overdag, omdat ze weten dat op dit veld geen mensen komen.” Als afgestudeerd bioloog kent hij de Latijnse namen. ,,Sus scrofa is de wetenschappelijke naam van het wilde zwijn; dat betekent: varken met ruig haar. Het mannetje, de keiler, heeft slagtanden, kijk” – hij geeft een op een houten schijf geplakt paar slagtanden door – ,,en leeft solitair. Vrouwtjes leven in een rotte, vaak twee zussen met hun jongen, 'frislingen', van dit jaar en van vorig jaar.” Terwijl hij dit zegt, komt de rot van daarnet terug om voor de kijkhut te poseren.

De biggetjes beginnen hun camouflerende streepjespyjamapak te verruilen voor een donkere vacht. De gids is verbaasd: ,,Zo dichtbij zien we ze haast nooit. Kijk daar achter, daar komt nog een rotte aan!” Inderdaad voegen in het veld op de achtergrond meer varkens zich bij hun soortgenoten. ,,Zo veel zie je er hier zelden. Dit is echt een wilde-zwijnenavond.” Waarvan akte.

Als de groep voldaan weer op de fietsen stapt, ontdekt de elfjarige Daan een reegeit in een weilandje. Daan, die op een camping in de buurt zit, is samen met zijn vader en maakt de tocht al voor de vierde keer mee. Geef hem eens ongelijk.

Kees van Reenen

Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Natuurgids Alberto Ballar vertelt over het wild rond de wildkansel
Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Rotte wilde zwijnen in graasgebied op De Hindekamp, langs de grens met Planken Wambuis.