Kees van Reenen

Door het gebied loopt, min of meer evenwijdig aan de spoorlijn, de Esvelderbeek, die begint bij Kootwijkerbroek en in westelijke richting stroomt om bij Stoutenburg uit te monden in de Barneveldse Beek. Een aantal jaren geleden zijn in het Binnenveld-deel de meanders hersteld; in de loop van de twintigste eeuw waren alle beken in de omgeving namelijk gekanaliseerd om regenwater snel af te voeren. Dat ging echter ten koste van oeverbegroeiing en bijbehorend dierenleven.

Nu groeien er in plasjes die langs de beek zijn aangelegd weer wilgen, lisdodden en pitrus. In de winter is dat het wel zo’n beetje qua plantengroei, maar vogels zijn er ook nu volop. In januari verbleef hier zelfs een paartje grauwe gors, een bijna uit Nederland verdwenen vogelsoort.

[ALLEDAAGSE VOGELS] Vandaag lijken we het te moeten doen met alledaagse vogels, maar vlak die niet uit. Koolmezen vliegen rond aan weerskanten van het pad en geven de wilgenopslag kleur. Het zijn er, verspreid over enkele tientallen meters, zeker een stuk of tien. Zoveel zie je er in de zomer nooit bij elkaar. Twee roodborsten, op gepaste afstand van elkaar - ze hebben een scherp afgebakend voedselterritorium - voegen er hun eigen tint aan toe. En hun eigen geluid.

Af en toe dringt de zon even door de decemberwolken en kleurt het landschap op grotere schaal bij: beton- en graspaden, beek en plasjes, struweel en ruigte. Een paar vinken gaan van boomtop naar boomtop en een putter vliegt kwetterend over. Met een kreet schiet een merel op uit een ruig stuk waar voor vogels vast nog allerlei eetbaars te vinden is. Hij wordt gevolgd door een paar bruingekleurde lijsters - koperwieken? Ze zijn te schuw om zich goed te laten bekijken.

Op het gras foerageert een waterhoen met vier bijna volwassen jongen. Bij nadering zoeken ze snel een goed heenkomen in de oeverbegroeiing, de oudervogel als eerste. In het water zwemmen een meerkoet en twee paar wilde eenden. Meerkoeten weten zich buitengewoon goed aan te passen en hebben in de afgelopen decennia na de grotere wateren ook de meeste kleine plassen gekoloniseerd. De wilde eend, die dat al veel eerder voor elkaar kreeg, neemt de laatste tijd juist in aantal af. Vermoed wordt dat er - door allerlei oorzaken - te weinig kuikens overleven. Jammer, want ze brengen toch wat leven en kleur in een winters waterlandschap.

In de lucht bidt een torenvalk voor zijn eten, een maaltje veldmuizen als het kan. Ook een steeds minder alledaags gezicht; de buizerd heeft zijn plaats ingenomen als meest voorkomende roofvogel van Nederland.

[RIETGORS] Hé, wat zitten daar voor vogeltjes in de wilgen? Bruin gestreept, eentje met een opvallende witte baardstreep, de andere met een roodbruine wang… rietgorzen! Dat zijn toch geen alledaagse vogels - althans op de meeste plekken. In een gebied als dit zul je hem vast vaker aantreffen, want met het water, wilgenopslag en wat riet is het een uitstekende plek voor ze.

Daar, in een grote eik waar de laatste bruine blaadjes nog in hangen, klinkt een vriendelijk ratelgeluidje. En daar beweegt het ook. Kleine gevederde bolletjes met een lange staart. Staartmezen, kan niet missen. ’s Winters steevast in een klein troepje, druk doende om wat insecten te verschalken die zich kennelijk nog in de boom ophouden. En dan één voor één naar de volgende boom.

Een hoge akker staat vol verdorde ruigtekruiden. Eens kijken of daar wat leuks zit. Prrrt… daar vliegt een forse bruine vogel op, voorzien van een lange snavel. Hij verdwijnt in westelijke richting. En dan nog eentje naar het noorden, de spoorlijn over. Houtsnippen! Broedvogels van vochtige bossen, die in de winter ook op andere plekken te zien zijn. Dat zijn de leuke waarnemingen.

Anderzijds ook jammer om die beesten op te schrikken; tijd om rechtsomkeert te maken en de vogels verder met rust te laten. Een volgende keer maar eens een ander deel van het gebied bekijken, want er is vast nog meer te zien.

Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
De Esvelderbeek heeft in het Binnenveld weer natuurlijke oevers.
Kees van Reenen
Foto: Kees van Reenen
Een paar wilde eenden in het Binnenveld tussen lisdodde en pitrus. Een doodlopende weg met deze naam loopt een eind het gebied ten noorden van Barneveld in.