Wouter van Dijk

Dat meldt boswachter Laurens Jansen. Vanaf maandag starten de werkzaamheden op een terrein net ten oosten van de uitkijktoren bij het Kootwijkerzand. De bovenste laag van vier tot acht centimeter wordt afgegraven, afhankelijk van de begroeiing. Het zand wordt afgevoerd en hergebruikt voor de bouw van de Clemens Cornieljebrug over de Kootwijkerweg (N302) tussen Kootwijk en Nieuw Milligen.

,,Bezoekers van het natuurgebied zullen de werkzaamheden zien, maar we proberen overlast te voorkomen. Het terrein wordt tijdens het werk niet afgesloten. Binnenkort willen we samen met vrijwilligers bij Staatsbosbeheer en inwoners van Kootwijk op locatie informatie geven over dit project.'' Het plan van aanpak is opgesteld door Wageningen Universiteit.

[HOOGNODIG] Het afplaggen van het Kootwijkerzand is hoognodig, stelt Jansen. ,,Door de veel te hoge stikstofwaarden in de lucht, gedijen verschillende algen en mossen veel te goed, met name de exoot 'tankmos'. Ook kleine bomen groeien harder. Die begroeiing zet het zand vast, waardoor het niet meer stuift. Doe je daar niets aan, dan volgt nog meer begroeiing en verandert het unieke stuifzandgebied in bos.'' Vorig jaar startte Staatsbosbeheer al met afplaggen, al ging het toen om twee hectare. ,,Nu hebben we van de provincie Gelderland extra budget ontvangen om dit unieke natuurgebied te herstellen en kunnen we op veel grotere schaal aan de slag.''

[750 HECTARE] Het Kootwijkerzand beslaat in zijn totaliteit ongeveer 750 hectare. ,,Het is niet te doen om het hele terrein af te plaggen, dat is ook niet de bedoeling'', zegt Jansen. ,,Ik verwacht dat we de komende jaren vaker ongeveer 27 hectare per jaar zullen aanpakken, maar ondertussen zoeken we ook naar andere manieren om het terrein los te krijgen. Zo hebben we de afgelopen tijd geëxperimenteerd met een zogeheten triltandcultivator, een landbouwmachine. Op plekken waar mos nog niet zo vast zit, kunnen we het terrein losser maken met deze machine.''

[STIKSTOF] Zandverstuivingen blijven bedreigd worden zo lang er te veel stikstof in de lucht is. ,,Momenteel hebben we in dit gebied te maken met een stikstofgehalte van 2100 mol (de eenheid waarin stikstof wordt gemeten, red.), terwijl de natuur zichzelf kan herstellen bij een maximale stikstofgehalte van 700 mol. Met andere woorden: het gehalte is nu drie keer te hoog. Daardoor zijn er in het normaal gesproken voedselarme zand te veel voedingsstoffen aanwezig, waardoor sterke mossoorten andere, meer zeldzame mossen overwoekeren. Het gevolg van deze 'vermesting', is dat beschermde diersoorten daar op hun beurt last van krijgen.''

Behoud van het Kootwijkerzand heeft volgens Jansen niet alleen een natuurlijke waarde, maar ook een cultuurhistorische. ,,Voordat op de Veluwe op grootschalig vlak bomen werden geplant voor productiebossen, zag een flink deel van het gebied, globaal van Arnhem tot aan Harderwijk, er zo uit. Het Kootwijkerzand is in wezen een relict van de vroegere Veluwe.''