Kijk maar eens goed om je heen. Het is voor ons een lot uit de loterij,'' zegt Jan Vossegat. Hij praat vervolgens tijdens de wandeling, vanaf de parkeerplaats 'ergens' op zijn erf naar een plaatsje aan de koffietafel in de woning, onverstoorbaar door. Een bijzondere ontmoeting met een oud-Barnevelder in de bossen rond Zelhem.

GEEN SECONDE SPIJT De inmiddels 88-jarige Jan Vossegat en zijn vrouw Greet (84) vertrokken tweeëntwintig jaar geleden uit Barneveld. ,,En daar hebben we nog geen seconde spijt van gehad.'' Het echtpaar (,,volgend jaar zijn we 65 jaar getrouwd'') heeft geen last van heimwee. ,,Ik ben wel een echte Barnevelder. Als ik de toren zie, dan kom ik thuis. Maar we willen niet meer terug om in Barneveld te wonen.''

Vossegat en zijn vrouw wonen in het bosrijke buitengebied. Een perceel van 26.000 vierkante meter. Ruim 2,5 hectare landerijen, tuinen en een boomgaard. ,,In Barneveld zei eens iemand 'Jan is verhuisd en woont op een landgoed'. Nou ja, we hebben land en het leven is hier goed aan de Vossegatseweg'', zegt Jan met een brede glimlach. ,,We hebben 42 jaar in de vogelbuurt, in de Koekoekstraat, gewoond. We wilden graag iets meer rust en toen kwam dit op ons pad. En nu willen we niet meer terug. Het is hier prachtig en bovendien kan Greet niet zonder onze dochter.''

JAM UIT EIGEN TUIN Dat pad richting de Achterhoek liep via dochter Ingrid en haar man. ,,Ingrid is getrouwd met Jaap Boerma. Jaap was onderwijzer op de Prins Mauritsschool in Barneveld. Via Nijenbeek zijn ze, geheel toevallig na een toeristisch tripje, in Zelhem terecht gekomen. Ze woonden eerst in het dorp, maar konden later dit perceel kopen. Toen werd het idee opgevat om er een huisje naast te bouwen. Na overleg met de gemeente Bronckhorst bleek dat mogelijk. Onze woning is, na een kleine aanpassing, direct verbonden met het huis van onze dochter'', zegt Vossegat. ,,We zijn op die manier ook direct verzekerd van eventuele mantelzorg.''

Van enige noodzakelijke zorg is op dit moment nog geen sprake. Jan en Greet Vossegat doppen hun eigen boontjes. ,,We kunnen gelukkig nog bijna alles zelf doen,'' zegt de inmiddels hoogbejaarde Vossegat. ,,Met mijn schoonzoon heb ik dit jaar nog 30 ton hout gezaagd en met de bijl gekloofd. Ja, we doen nog veel zelf. We hebben een speciale oven gebouwd om brood te bakken. Dat kost echter veel tijd en is best lastig om het goed te doen. Maar we kunnen het wel.'' De vrouw des huizes onderstreept de woorden van haar man. ,,We maken bijvoorbeeld jam van de vruchten die in onze tuin groeien. Bijvoorbeeld van peren, pruimen en pompoenen.''


ZELFGEMAAKTE APPELSAP Om de zelfvoorzienende activiteiten kracht bij te zetten staat Jan Vossegat op vanaf de stoel aan de keukentafel en nodigt zijn bezoek uit voor een kijkje in de riante kelder. ,,Hier slaan we alles op. We hebben naast jam bijvoorbeeld ook zelfgemaakte appelsap. De sap zit in een doos met een plastic zak. Via een tapkraantje komt het uit de verpakking van zes liter per doos.''
Natuurlijk moet zijn gast een glaasje van het eigen vruchtensap proberen. ,,Het is gemaakt van appels uit onze eigen tuin. Het sap is een combinatie van verschillende appels. De Elstar, Goudreinet, Notaris, Rode Ster en Huismanszoet vormen de basis. We hebben het aangevuld met een beetje perensap. Dan wordt het iets zoeter. Er zit wel veel suiker in, maar ik ga er vanuit dat het goed spul is. Het is in ieder geval onbespoten, dat weten we zeker.''


'RAAR DING' Dat Jan Vossegat lichamelijk nog superfit is (,,ik heb alleen last van een oog dat nogal traant. Daarom ben ik sinds kort gestopt met autorijden'') en bovendien opmerkelijk helder van geest (,,ik lees de krant en volg het nieuws op tv'') blijkt te zijn heeft, zeer waarschijnlijk, mede te maken met zijn sportieve achtergrond. Fietsen en schaatsen bepaalden en bepalen zijn leven. De fiets vormde zelfs de bron van de ontmoeting met zijn vrouw Greet (Katharina Margaretha van de Haar). ,,Jan kwam bij ons de weg repareren'', zegt de vrouw, die 21 jaar in Veenendaal woonde en letterlijk voor de deur van haar huis de man van haar dromen trof. ,,Jan kwam bij ons de weg repareren. Hij werkte voor Bruil Ede en kwam op de racefiets naar zijn werk. Dat was in die tijd een vreemde fiets. Ik vond het maar een raar ding. Het trok mijn belangstelling en zo raakten we aan de praat.''
Vossegat trok niet alleen richting Veenendaal met zijn ijzeren ros. ,,Ik heb mijn hele leven gefietst. Toen ik bij Bruil werkte, ging ik ook vanuit Barneveld naar Didam of andere plaatsen in de regio Arnhem. Ik zag het als een goede training voor de wedstrijden die ik in het weekend reed. We fietsen nu nog regelmatig. We fietsen beiden nog zonder elektrische ondersteuning. Het is een voorrecht dat we dat nog kunnen doen.''


'BEN DE BALANS KWIJT'
Naast wielrennen en in mindere mate voetballen (,,Ik was keeper in de jeugd bij VVB en later heb ik nog een tijdje bij SDVB gespeeld'') had Jan echter vooral zijn hart verloren aan een andere sport. ,,Schaatsen deed ik nog liever dan wielrennen. Fietsen kan altijd, maar schaatsen op natuurijs was echt heel bijzonder.'' De geboren Barnevelder (,,Ik ben geboren in 'Klatshut' aan de Valkseweg onder aan de Lunterseberg'') groeide uit tot een schaatser van meer dan modaal niveau. Vossegat reed talloze klassiekers met een lengte van 100 of zelfs 150 kilometer. Zo werd hij bijvoorbeeld vierde in de Ronde van Loosdrecht en won de Ronde van de Noordwesthoek. ,,Maar ook een ritje van Nijkerk, Harderwijk, Nunspeet naar Kampen vond ik schitterend. Schaatsen kan ik helaas niet meer. Ik ben de balans kwijt en ik klap er zo neer als ik op de schaats sta.''

Dat deed Vossegat ook in 1954. In de kracht van zijn leven. De Barnevelder was 23 jaar en reed voor de eerste keer de Elfstedentocht. ,,Als wedstrijdrijder had ik goede hoop op een klassering in de top tien. Ik reed goed die dag, maar kwam in een scheur terecht en reed een schaats krom. Uiteindelijk heb ik op geleende houten kleppers de finish nog gehaald. Ik finishte als 40e of zoiets.'' Het optreden van Vossegat in Friesland bleef niet tot die ene keer in 1954 beperkt. Ook in de Elfstedentocht van 1963, 1985 en 1986 kwam Jan aan de start. De laatste drie keer als toerrijder. ,,In 1963 heb ik de finish niet gehaald. Ik moest opgeven toen we bij Sloten waren. Ik kon niet meer verder, want mijn ogen waren bevroren. Ik ben blij dat ik drie keer de finish wel heb gehaald.'' Voor de laatste Elfstedentocht in 1997 had Vossegat ook een startbewijs. De Barnevelder zag toen af van deelname. ,,Ik had niet de goede balans. Ik heb de startkaart toen aan mijn goede schaatsvriend Maas van Beek gegeven.''

De schaatsen zijn opgeborgen. De fietsen bepalen nog altijd een deel van het leven van Jan en Greet. ,,We zijn in de eerste jaren dat onze dochter in Zelhem woonde tientallen keren met de fiets op bezoek geweest. Ook hebben we samen de Elfstedentocht gefietst. Ja, Greet ook'', aldus Vossegat. ,,Ik moest wel mee'', zo vult zijn vrouw lachend aan. ,,Anders zat ik de hele dag alleen.''


'WE HEBBEN HET GOED SAMEN' Mede door die tripjes naar Zelhem verliep de verhuizing van Barneveld naar de Achterhoek vlekkeloos. ,,We hebben geen probleem gehad om hier te wennen. Je moet je aanpassen aan de mensen in het dorp. Wij zijn vrij simpel en hebben niet veel contact met andere mensen nodig. We hebben het goed samen'', aldus Jan. ,,De mensen in het dorp zijn vriendelijk'', zegt Greet. ,,Ik ben nog lid geweest van een huisvrouwenorkest. Daar speelden we op een accordeon en zelfgemaakte fluitjes en triangels.''
De mentaliteit van de Achterhoekers is volgens Jan en Greet vergelijkbaar met de Veluwse instelling. ,,Het grootste verschil is in mijn beleving het zogenaamde noaberschap. Er is veel betrokkenheid bij het wel en wee van de naaste buren. Als er bijvoorbeeld een kind wordt geboren dan maken ze een speciaal brood en als er iemand is overleden dan wordt er altijd nog de wacht gehouden bij de betreffende woning.''

Hoewel Jan en Greet Vossegat niet moeten denken aan een terugkeer naar Barneveld is er via de familie nog volop contact met de vroegere woonomgeving. ,,Onze zoon Harry woont in Amersfoort, onze dochter Karla woont in Houten. Mijn broers en een zus wonen in Barneveld. We zien elkaar genoeg. Een leuke traditie is bijvoorbeeld dat we op Nieuwjaarsdag bij onze broer Harry komen om samen te eten.''


VEERTIG SOORTEN VOGELS Bij het afscheid (,,ik geef je nu geen hand. Bij aankomst had ik er even niet aan gedacht. Dat komt doordat ik niet zo stil sta bij het coronavirus. We doen wel voorzichtig, maar zijn er niet zo mee bezig.'') loopt Jan met zijn bezoek richting de uitgang van het 'landgoed Vossegat'. ,,De rust die we hier hebben is echt een groot voorrecht. Ik houd ook erg van het kijken naar vogels. Nou die zitten hier voldoende. Ik denk dat er ongeveer veertig soorten in de omgeving zijn te vinden. Als we in de tuin zitten met de bonte, de groene of de zwarte specht om ons heen dan voelen we ons bevoorrecht. Het is voor ons, zoals eerder gezegd, een lot uit de loterij.''

Net voor het wegrijden roept Jan Vossegat nog iets. Met duidelijke en krachtige stem zegt hij: 'Doe ze de hartelijke groeten in Barneveld en zeg maar dat het goed met ons gaat.'' Bij deze.

Berry Kamphorst

Roel Kleinpenning
Foto: Roel Kleinpenning
Jan Vossegat is in zijn element in de boomgaard. De fiets staat symbool voor een belangrijk deel in zijn leven.
Roel Kleinpenning
Foto: Roel Kleinpenning
Roel Kleinpenning
Foto: Roel Kleinpenning