Wie de 'Garlic Queen' zoekt, kan op de geur afgaan. ,,Ik ruik het zelf nauwelijks meer", lacht Van den Broek. Het is verse knoflook dat de klok slaat. ,,Knoflooksoep, -bier, -ijs, -likeur; je kunt het zo gek niet bedenken of er zit knoflook in verwerkt, al kun je bij het bestellen wel aangeven hoeveel er in een gerecht verwerkt wordt."

De smaakmaker staat garant voor een vervelende adem. ,,Ja, gasten zullen weten dat ze bij ons gegeten hebben. Maar ja, als je met je partner hier komt dineren, stink je allebei. Dat is dan weer niet zo'n probleem. Daarnaast gebruiken wij uitsluitend verse knoflook, die ruik je een stuk minder dan de poeders die in de horeca veel gebruikt worden." Verder speelt de Garlic Queen ludiek op het geurprobleem in. Gasten krijgen aan het eind van de avond een button mee met de tekst: 'Sorry, I have had dinner at the Garlic Queen'. ,,Heel simpel natuurlijk, maar die buttons zijn nog steeds een schot in de roos."

De keuze voor een knoflookrestaurant kwam twintig jaar geleden uit de lucht vallen. ,,We wilden graag een restaurant openen en onderscheidend zijn. Dat is ontzettend moeilijk hier." Partner Geert had in San Francisco kennisgemaakt met het knoflookconcept. ,,Toen hebben we dat concept maar even geleend."

[LANGSTZITTENDE ONDERNEMERS] De Garlic Queen is gesitueerd in de Reguliersdwarsstraat, die bekendstaat als de 'homostraat van Amsterdam'. ,,Toen we hier begonnen, was dat nog veel sterker dan nu. Dat stempel is er wel een beetje vanaf. Van een straat met bijna uitsluitend homocafés is het nu vooral een straat met diverse horecagelegenheden geworden", duidt Van den Broek de veranderingen. Hij zag talloze clubs, restaurants en cafés openen en snel weer sluiten. ,,Iedere ondernemer denkt dat het makkelijk is om in Amsterdam een horecagelegenheid te runnen, maar ze komen al snel van een koude kermis thuis. Wij zijn inmiddels één van de langstzittende ondernemers in deze straat."

Van den Broek voelt zich goed in de hoofdstad. Vrijheid, blijheid, de drukte, de subculturen, de diversiteit; het open karakter van Amsterdam spreekt hem aan. Hij weet dat veel christelijke Barnevelders de hoofdstad beschouwen als 'Sodom en Gomorra'. ,,Dat is waar. Een groter contrast kan ik ook niet zo snel bedenken, zeker niet als ik terugdenk aan mijn jeugd in Barneveld. Nu kom ik er weer graag, maar als tiener heb ik het dorp min of meer ontvlucht."

[NAAIMACHINEHANDEL] Zijn ouders waren vanuit Voorthuizen naar Barneveld verhuisd voor het runnen van naaimachinehandel Van den Broek. Boven de zaak aan de Langstraat 43, waar nu dameskledingzaak Vero Moda gevestigd is, groeide John van den Broek met zijn broers Johan en Roel en zus Marjan op. Hij ging naar de School met de Bijbel en belandde vervolgens op het Johannes Fontanus College. Daar begonnen de 'problemen'. ,,Ik heb school niet afgemaakt, ben er zelfs vanaf gestuurd. Dat was niet gek ook, want ik was onhandelbaar voor docenten." De pubertijd was voor hem een zware tijd. ,,Mijn vader overleed toen ik veertien jaar oud was. Tijdens een bezoek aan het zwembad werd een hartinfarct hem fataal. Verschrikkelijk! Ik kon daar heel moeilijk mee omgaan en reageerde dat af op school."

Daarnaast was er nog een worsteling voor Van den Broek. ,,Al vanaf een jaar of twaalf, dertien wist ik dat ik op jongens viel. Maar dat was in Barneveld niet normaal. Dat kon niet - zeker niet in die tijd - en ik zat echt met dat probleem in mijn maag." Hij vertelt dat de druk van het hebben van een vriendin erg groot was. Lachend: ,,Dan ben je zestien en begint iedereen te vragen of je al een vriendinnetje kon vinden. Op een gegeven moment was ik dat gezeur zat en ging mijn broer ook nog eens trouwen; toen heb ik maar een meisje gezocht om de schijn op te houden. Die relatie duurde niet lang. Zij was voor mij in die tijd eigenlijk een excuustruus."

[BEETJE BEKROMPEN] Verder herinnert Van den Broek zijn jeugdjaren in Barneveld vooral als een tijd waarin weinig mocht. ,,Het waren de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Er gebeurde nauwelijks wat in Barneveld, de sociale controle was hoog, er mocht niks, het was een beetje bekrompen. Ik wil er niemand mee kwetsen, maar zo heb ik mijn jeugd in Barneveld ervaren. Het probleem is dat veel van dat soort zaken door behoudende mensen aan anderen wordt opgelegd." Van den Broek werd zelf ook christelijk opgevoed. Hij bezocht als kind vaak de Bethelkerk, nu onderdeel van de Protestantse Gemeente Barneveld. ,,Toen was het nog een gereformeerde kerk, maar het was er vrij en blij. Zo herinner ik het mij in elk geval."

Als tiener vond hij een baantje: Hij ging in de spoelkeuken afwassen bij Edda Huzid in Voorthuizen. ,,Voor 1 gulden en 25 cent per uur." Met de verdiensten kon hij wat vertier zoeken. Het zwembad en het stijldansen gaven hem afleiding. ,,Maar ja, het zwembad was 's zondags natuurlijk dicht." Het stijldansen vond iedere zaterdagavond plaats aan de Nieuwstraat, in het gebouw waar inmiddels de openbare bibliotheek gesitueerd is. ,,Op een gegeven moment was het iedere zaterdag vaste prik, dansen tot 23.00 uur. Want je moest tenslotte voor de zondag thuis zijn." Van den Broek amuseerde zich op die manier alsnog. ,,Maar ik moet eerlijk toegeven dat ik nooit meer gedanst heb nadat ik Barneveld verliet."

Als jongvolwassene ging hij in Amersfoort op kamers wonen. ,,Ik moest weg." In zijn nieuwe woonplaats rondde hij alsnog een opleiding af, de detailhandelsschool. ,,Toen ik op mezelf ging wonen, ben ik ook uit de kast gekomen. Dat voelde voor mij ook prettiger. In Barneveld had ik het gevoel dat iedereen daar direct een mening over zou vormen." 

[PLATENVERKOOP] In het werkzame leven kwam Van den Broek al snel terecht bij de Free Record Shop, dat in de jaren tachtig en negentig met de verkoop van elpees, singletjes en cd's gouden jaren doormaakte. Van den Broek groeide met de platenzaak mee en werd al snel filiaalmanager. Eerst in Amersfoort, maar daarna leidde hij winkels in Hilversum, Amstelveen, Nieuwegein, Haarlem en uiteindelijk Amsterdam. ,,Toen ik daar werkte, ben ik daar ook gaan wonen. Naast dat werk werkte ik ook vaak nog in de horeca. Dat heb ik altijd leuk gevonden."

In Amsterdam kreeg hij een relatie met zijn huidige partner Geert de Natris, die als kok onder meer in het Amstelhotel had gewerkt. In 1997 waagde het stel de sprong naar het ondernemerschap: Garlic Queen werd geopend. ,,We namen de huur van dit pand over van een zaak die hier failliet was gegaan, maar zelf was het ook sprokkelen om van start te kunnen gaan. Veel geld hadden we niet. De eigenaar van het pand zag het gelukkig wel in ons zitten en investeerde in ons. Dat was ons geluk."

Van den Broek en De Natris hebben Garlic Queen altijd samen gerund. ,,We hebben een paar parttimers, maar wij zijn hier alle dagen dat we geopend zijn. En is één van ons ziek, blijven we gewoon dicht." Van den Broek denkt dat dat één van de succesfactoren van Garlic Queen is geweest. ,,We doen het op onze manier, aan kwaliteit en gastvrijheid willen we niets afdoen. Personeel voelt die verantwoordelijkheid toch wat minder."

[LOVENDE RECENSIE] Garlic Queen werd vlak na de opening ook in het zadel geholpen door een lovende recensie van Johannes van Dam, tot zijn dood in 2013 de bekendste culinair journalist van Nederland. ,,Hij kwam bij ons eten, maar ik had werkelijk geen idee wie Van Dam was. Maar bij het afrekenen adviseerde hij ons om volgende week wat extra personeel aan te trekken." Een week later wist Van den Broek precies waarom. ,,We kregen van Van Dam een 9 in het Parool en werden in de maanden daarna plat gebeld."

Ook andere 'bekende koppen' kwamen verse knoflookgerechten eten op de Reguliersdwarsstraat, van televisiecoryfee Jos Brink tot Keith Richards, medeoprichter en zanger van de Rolling Stones. ,,Nadat Richards hier had gegeten, kwamen er allemaal vrouwen over de vloer, die precies wilden weten wat hij had gegeten en waar hij had gezeten. Dat was niet normaal meer." Een avondje met een andere popster lieten zij schieten. ,,Waren we op onze vrije dag verderop in de straat wat aan het eten, kwamen ze vertellen dat Mariah Carey voor onze deur stond."

[ONDERWERELD] De Reguliersdwarsstraat is tevens een bekende plek voor de onderwereld. ,,Och ja, in de Amsterdamse horeca hoort dat erbij", lacht Van den Broek. Hij vertelt dat de alom bekende Willem Holleeder jarenlang een vaste gast was. ,,Maar de eerste paar keren had ik dat helemaal niet in de gaten", vertelt hij. ,,Holleeder zat altijd aan het tafeltje bij het raam, zodat hij de rest van de straat goed in de gaten kon houden. Verder was hij een goede, vriendelijke gast die altijd cash afrekende."

Uit het runnen van de Garlic Queen halen Van den Broek en De Natris nog iedere dag voldoening. Vorig jaar heeft het knoflookrestaurant een complete metamorfose gehad. Het stel woont zelf op de Prinsengracht. ,,We hebben ook nog een tijdje een chalet op vakantiepark Tol Negen in Voorthuizen gehad, maar dat was geen succes. We voelen ons beter bij het leven in de stad."

 [BOMENKAP] Wel komt hij nog geregeld in Barneveld, waar zijn broers nog steeds wonen. Mede door hen blijft hij op de hoogte van het wel en wee in het dorp. ,,Maar ook Kitty Schueler spreek ik nog regelmatig. Met haar heb ik zelfs nog in de klas gezeten." Door die contacten pikt hij vaak nog wat mee van het Barneveldse nieuws. ,,De discussie over de bomenkap aan de Stationsweg heb ik echt op de voet gevolgd. Die bomen zijn zó mooi, ik zou het jammer vinden als die zouden sneuvelen. Gelukkig heeft het massale protest nut gehad." 

Van den Broek heeft inmiddels weer warme gevoelens bij Barneveld, zo benadrukt hij. ,,Het is ook een mooie gemeente met veel natuur waar je tot rust kan komen." Aan de andere kant is er die tegenstelling tussen zijn huidige leven en zijn jonge jaren. ,,Die is inderdaad duidelijk, maar mijn roots liggen hier. Al is het op een afstandje, wat in Barneveld gebeurt blijf ik volgen."

Door Edward Doelman