‘Klein Knutselaar’ staat er op de gevel van zijn huis met daarachter opstallen die stille getuigen zijn van een boerderij. Alhoewel stil? Er slaan duidelijk een paar honden aan. Die zitten in ‘Kennel Valkonië’, refererend aan De Valk, het gebied waar Eep woont.

De deur zwaait open en een grote lobbesachtige hond verwelkomt mij. ,,Dat is The Narrow Fields Black Juan Pablo’’, steekt Eep meteen van wal over het stamboek van zijn rashond. Hij maakt duidelijk dat ik geen ‘u’ mag zeggen, waar hij een grimas bij trekt. De aandacht voor zijn hond blijft groot. ,,Kom dan, lelijke zwarte’’, zegt hij grappend. ,,Hij moet zijn pilletje hebben, want Pablo heeft net een operatie gehad aan een kruisband van zijn achterpoot. Maar hij loopt alweer goed. Kom maar joh.’’

Tegelijk vraagt Eep of hij tijdens het gesprek ook even kan bellen, want hij heeft een probleem met de KPN. In de gang belt hij eerst met een telefoon waar nog een draaischijf op zit. Daarna krijgt hij ook via de mobiele telefoon een ingesprektoon. Van Harten baalt ervan dat het vaak enorm lastig is om iemand bij grote instanties te pakken te krijgen.

Ik krijg thee en Pablo valt in een diepe slaap naast me op de bank. Eep is geboren op ongeveer zestig meter vanaf de stoel waar hij nu in zit. Daarna is hij nooit meer weggegaan uit de omgeving van de Lage Valkseweg. Er hangen veel foto’s aan de wand van ballonvaart, honden en familieleden.

Zijn vader was Peet van Harten, een boer die volgens zijn zoon altijd keihard heeft gewerkt en nu in verzorgingshuis Elim in Barneveld woont. Zijn moeder Gerritje is overleden. ,,Ik heb een hele zware en goede opvoeding gehad’’, zegt Eep. Met ‘zwaar’ bedoelt hij eigenlijk dat hij naar de kerk moest, waar hij soms geen zin in had. ,,Maar de hand van mijn vader was wel eerlijk en duidelijk. Ik had wel twee porties klappen nodig, want ik haalde kattenkwaad uit in het kwadraat.’’

Eep komt uit een gezin met vijf kinderen. Terwijl hij dat zegt, raakt hij plotsklaps geëmotioneerd. Want in oktober vorig jaar overleed zijn broer Mees en drie maanden later stierf ook zijn andere broer Piet. ,,Dat heeft mij zó zeer gedaan.’’ In Barneveld en Wekerom wonen twee zusters.

De Valkenaar was ooit getrouwd met Maasje Koudijs, maar scheidde in 1990. ,,Ze was een superbeste huisvrouw, maar we pasten niet bij elkaar. Ik kon het niet. Ik was te avontuurlijk voor haar. Nu kunnen we best weer goed met elkaar hoor...’’

Uit deze relatie werden vier kinderen geboren: Peter, Jolanda, Gerlinda en Maaike. ,,Ik ben niet zo’n familieloper. Goed is goed. Als je elkaar heel veel ziet, heb je ook grote kans op ruzie’’, is zijn mening. Eep vraagt of ik wat anders wil drinken, zoals een flesje Hertog Jan. ,,Dat is erg lekker’’, verzekert Eep, terwijl hij een bierdop van de fles draait. ,,Ze zeggen dat ik te veel drink en dat is ook wel zo. Maar ik kan er zo twee jaar mee ophouden. Van een biertje kan ik wel afblijven, maar van anti-depressiva kom je niet af. Ik heb niet zo’n moeite met alleen zijn, maar je alleen voelen, dat is dertig keer erger.’’ De laatste tijd gaat het met Eep naar eigen zeggen ,,niet zo goed.’’

Eep vond het ouderlijk boerenbedrijf altijd leuk. ,,Vrijheid, blijheid. Je bent eigen baas. We hadden koeien voor de melk en varkens van de geboorte tot de slacht.’’

Toch leek het hem aardig om te beginnen met het fokken van nertsen. Hij startte met veertig stuks, maar groeide van 600 naar 1500 tot uiteindelijk 2100 pelsdieren. ,,Nee dat is niet veel.’’ Hij kon de farm mede opzetten door de subsidie die hij kreeg na het stoppen met de boerderij.

Het credo ‘je mag geen dieren dood maken’ botste met het vergassen van de nertsen om ze daarna af te pelzen, maar Eep troost zich met de gedachte dat dit de snelste en meest pijnloze manier was. ,,Dat liet ik doen en het gebeurde superprofessioneel. Het is niet het mooiste werk, maar je moet toch één keer per jaar ‘oogsten’. Ik heb ze altijd goed verzorgd.’’ De vachten gingen naar steden als Londen, Kopenhagen en Helsinki. ,,Er waren jaren bij dat je goed verdiende, maar soms leed je fors verlies. Ik heb keihard gewerkt’’, zegt Van Harten, waarna een broekspijp omhoog gaat en hij wijst op zijn versleten knie.

Het roer ging weer om toen de Lunteraan langs de Hessenweg in 1985 een luchtballon zag landen. ,,Ik wilde mee. Die vrijheid! Wat is er mooier? Een schip vaart, maar een ballon ook...door de lucht. Het lijkt zo gemakkelijk, maar je hebt veel verantwoordelijkheid.’’

Om zijn brevet te halen volgde een theoretische studie over voorschriften, navigatie en meteorologie, materialenkennis en het ballonvaren zelf. In 1988 haalde Eep zijn brevet en kocht hij voor 55.000 gulden een splinternieuwe Cameron Balloon uit Bristol, Engeland. ,,Die zijn duur, maar robuust en veilig gebouwd. Goedkoop is duurkoop.’’

Na deze PH EVH volgden nog de MOB, de EEP, de EPI, de EPY en ten slotte de PVH, waar standaard overal PH voor staat. ,,Ik heb goed verdiend, maar ook keihard gewerkt. Je maakt logboeken, vult tanks en moet mankementen maken. Vaak kom je heel laat thuis.’’

Eep kon zich geen fouten permitteren bij de ballonvaart. ,,Dat kan fataal zijn. Onlangs zijn er nog negentien doden gevallen in Egypte. Dat had te maken met verkeerde hoogtefrequenties. Als je onder elkaar komt te hangen, kan de ene ballon de andere leeg laten lopen. Dan val je als een plank uit de lucht.’’

Tegelijk kan het ballongevaar in mildere vorm ook gewoon spannend zijn. Eep herinnert zich nog heel goed een vaart met acht jonge kapsters. ,,Er stond veel wind. Met oudere passagiers was ik nooit vertrokken, maar het kon op dat moment wel. Toen hebben we een keurige sleeplanding gemaakt in een weiland. Die meiden gilden en de meesten hielden de broek niet droog’’, zegt Eep grinnikend. ,,Maar het lukte om de grond zachtjes te raken. Je moet niet stuiteren.’’

Bij de ballonvaart is de volgploeg (de ‘crew’) erg belangrijk, weet Van Harten. ,,Dat zijn je vrijwilligers. Een goede piloot met slechte volgers wordt vanzelf een slechte piloot en omgekeerd. Je crew is heel belangrijk. Ze nemen de ballon mee in een aanhanger, tuigen hem op, kijken naar het opstijgen en volgen hem. Het is de sport om dan zo snel mogelijk bij de landing te zijn. In het begin lukte het ons om alles te doen zonder luchtvaartradio, gps of mobiele telefoons. Je moet dan goede afspraken maken. Ik herinner me dat we een keer net niet voor de Rijn konden landen en ja...dan moet de volgploeg ineens omrijden.’’

Dat het avontuurlijke temperament in het bloed zit bij Eep van Harten, bewijst ook zijn vakantie naar Zuid-Afrika. Vol vuur vertelt hij over de Airbus waarmee hij vloog en waar hij ‘stiekem’ een kijkje in de cockpit mocht nemen. ,,Als ik nu veertien was, zou ik net zo hard studeren tot ik met zo’n groot ‘kanon’ mocht vliegen.’’

Eenmaal op reis tussen Johannesburg en Kaapstad, zag de Lunteraan ook kans om een sprong te maken van de (destijds) hoogste bungeejumpbrug ter wereld (216 meter). ,,Ik scheet bijna in mijn broek, al is er geen mens die je er vanaf duwt. Alles was betaald, dus toen ben ik toch maar gesprongen. Je denkt dan dat de grond naar je toe komt en dat je met je kop tegen de brug klapt als je weer omhoog komt. Heel eng.’’ 

Terug naar zijn eigen ballonnen. Eep maakte in totaal ruim vijfhonderd vaarten, de meeste in manden voor maximaal twaalf passagiers. Van Harten deed mee aan ballonfiësta’s in Joure en Breda, maar moest ‘knokken’ om deel te nemen aan dit befaamde evenement in Barneveld. Drie keer deed hij aan deze lokale fiësta mee.

Zijn laatste ballon was de Cameron A250, met een inhoud van zevenduizend kubieke meter, die veertien personen kon vervoeren. Eep deed zijn bedrijf in 2005 over aan zijn zoon Peter. ,,Hij had zijn ballonbrevet eerder dan zijn autorijbewijs.’’ Op zijn beurt verkocht Peet de ballon in 2012 aan de firma Van Manen. ,,In de jaren negentig kon je er een behoorlijk cent mee verdienen, maar nu loopt de animo terug. De crisis he.’’

Naast de passie voor ballonvaart, houdt Eep van jongs af aan al van dieren en specifiek van honden. In 1980 begon hij met het fokken van Labradors en Golden Retrievers of kruisingen daarvan. ,,Een nestje met puppies is toch prachtig!? Ik heb in totaal wel zo’n twaalfhonderd hondjes gehad. Deze beestjes zijn superslim, lief en mooi.’’ In augustus van dit jaar had hij zijn laatste nestje. ,,Ik zoek nog een goed thuis voor deze hondjes. Ze kosten niks.’’ Tegelijk laat de hondenvriend weten dat hij best veel geld doneert aan het Koninklijke Nederlandse Geleidehond Fonds. Dat hij onlangs de dierenpolitie op de stoep had, irriteert hem mateloos. ,,Ze zeiden dat het om een reguliere controle ging, maar het was een respectloos, vooropgezet plan. Ze deden denigrerend, wilden mij de mond snoeren, maar ze hebben er de ballen verstand van. Geen wonder, want die lui vallen tegenwoordig onder de voedsel- en warenautoriteit.’’

Van Harten, sinds september vrijwilliger bij zorgboerderij ‘t Paradijs in Barneveld verklaart dat hij zelf ,,de meest eigenwijze man van Nederland’’ is. ,,Maar het is ook eigen...wijs. Daar kunnen veel mensen niet tegen. Ik heb direct een antwoord klaar en ben soms heel scherp. De kleur grijs bestaat niet voor mij. Ik ben zwartwit. Het is ja of nee.’’

Door Freek Wolff