Door Freek Wolff

Willem is geboren aan de Doornsteeg tussen Barneveld en Lunteren, de buurt die ook wel de Varkenskeutel werd genoemd. ,,Mijn ouders hadden geen geld en woonden in bij de familie Soetendaal. Deze mensen hadden schuren met kippen en het verhaal gaat dat oma Soetendaal een eierkist netjes schoon had gemaakt om daar de kleine Wimmie in te leggen. Dat kan niet iedereen zeggen, maar zover ik weet heb ik er geen nadelige gevolgen aan over gehouden'', zegt de Barnevelder lachend.

In 1953, Wim was inmiddels één jaar, verhuisden zijn ouders naar Leusden om daar een slagerij over te nemen van de familie Hardeman. ,,Ik kan me nog herinneren dat mijn vader tegen me zei dat er een omzet van 600 gulden per week in die slagerij zat. Hij moest keihard werken samen met mijn moeder.''

Wim ging in Leusden naar de zogenoemde 'Bewaarschool' bij tante Rietje en later naar de School met de Bijbel. In Amersfoort volgde hij lessen aan de VGLO, maar toen had hij het wel gehad met leren. ,,Ik wilde wel slager worden. Ik dacht: lekker veilig, want dat is mijn vader ook. Vijf dagen werkte ik bij Gerrit van de Kamp in Amersfoort en een dag in de week ging ik naar de Slagersvakschool in Utrecht. In Hilversum haalde ik mijn slagersvak- en middenstandsdiploma. Ik heb bij verschillende slagerijen gewerkt en behoorde tot de eerste stuks uitbeners van koeienbouten op het openbare slachthuis in Amersfoort.

Willem was toen zestien en ging op zijn Kreidler naar zijn werk. De andere groep reed met een Puch of een Tomos. Dan was je een provo.'' In zijn jonge jaren deed Willem nog een paar jaar aan autocross. Hij laat een vergeelde foto zien met daarop een Kever waar een Porschemotor was ingebouwd.

Toen Willems vader te kennen gaf dat hij wilde stoppen met de slagerij, kon zijn zoon het roer overnemen. Intussen had Willem al een aantal jaren verkering met zijn huidige vrouw Joke. De trouwdag was 26 juli 1971 en de volgende dag stond het echtpaar samen achter de toonbank van de slagerij. ,,Ik moest door de rechter nog wel meerderjarig verklaard worden, want je moest in die tijd 21 jaar zijn om voor jezelf te beginnen. We verhuisden al snel met de slagerij naar Leusden Centrum, eerst in een verbouwde caravan op de Middenweg, daarna in het noodwinkelcentrum op de Torenakkerweg en als laatste naar W.C. de Hamershof. Joke heeft mij altijd enorm geholpen. We hebben altijd met plezier in de slagerij gewerkt.''

Er kwamen vier kinderen: drie jongens en een meisje. Het gezin ging al vrij snel aan de Willem Barendtszstraat in Barneveld wonen.

In 1990 vroeg Willem van Driesten of zijn naamgenoot mee ging naar Roemenië, om een hulptransport van een Wekeromse kerk voor te bereiden. Toen Schakel 'ja' zei, besefte hij nog niet in wat voor avontuur hij zich stortte. Maar liefst 250 ritten naar dit voormalige oostblokland zouden volgen, de Barnevelder haalde snel zijn vrachtwagenrijbewijs en richtte stichting 'Help Roemenië' op.

,,Ik vond dat prachtig werk om te doen.'' Regelmatig reed hij met een vrachtwagen met bijbels, pakketten, kleding en voedsel naar Roemenië, ook al moesten er bij de grens regelmatig heel wat Duitse Marken onder de tafel door geschoven worden. ,,Ziekenauto's, tractoren met attributen kregen we van Barneveldse bedrijven om weg te brengen. Dit is een geweldige tijd in mijn leven geweest. Met sommige Roemenen heb ik al meer dan twintig jaar contact, zoals in een kinderhuis, twee kerkelijke gemeenten en vrienden.''

De idealistische activiteiten gingen wel wat ten koste van de slagerij. ,,Mijn vrouw heeft weleens gezegd: hou toch op met die oude kleren uitzoeken.'' Het kon Willem niet weerhouden oostwaarts te rijden. Wel liep hij tegen de diepgewortelde corruptie aan in Roemenië. ,,Ik merkte weleens dat ze bijbels direct op de hoek van de straat weer verkochten. Dan dacht ik: dan komen ze misschien toch bij iemand die ze gaat lezen. Als je te veel op de corruptie gaat letten, dan wordt het heel moeilijk.''

In een klein dorpje ontmoette Willem een meisje van elf jaar. ,,Ibolya kwam heel verlegen naast mij staan en vroeg of ik een Nederlandse bijbel voor haar had. Ik gaf haar mijn eigen bijbeltje en dacht: wat moet dit meisje nou met een bijbel in een taal die ze niet kent. Toen ik daar een half jaar later terug kwam, sprak ze Nederlands. Zij had haar Hongaarse bijbel en mijn bijbeltje naast elkaar gelegd en zo is ze gaan vertalen.''

Naast de hulptransporten zocht de slager in Roemenie tegelijk naar iets om te importeren naar Nederland. ,,Want ik zag mezelf niet mijn hele leven achter het hakblok staan.'' Na veel onderzoek in het jaar 1994 wilde Willem in zijn speurwerk bijna het bijltje erbij neer gooien, totdat hij op een klein meubelfabriekje stuitte. ,,Daar zijn we begonnen om grenen meubels te laten maken, want dat was in die tijd heel populair.''

Een ander Roemeens meisje dat Willem op het spoor had gezet van de fabriek heette Nory, met als 29doopnaam Eleonora. ,,Het was een aardige dame en ik vond het een mooie naam en zo is mijn zaak aan een naam gekomen. Een mooie bijkomstigheid is dat deze naam betekent: 'God is uw Behouder, God is uw Toevlucht'. Dat ontdekte ik pas later en daar werd ik heel blij van.''

De kwaliteit van de meubelen was in het begin zo slecht dat Willem in het halletje op De Valk soms 25 tafels moest uitpakken voordat hij er één had met een recht blad. ,,Ik heb vaak de handdoek in de ring willen gooien, maar ik geloofde er in. Als ik 's avonds thuis kwam, hoopte ik dat mijn vrouw niet zou vragen hoeveel klanten er waren geweest, want dat waren er vaak nul. Maar naar de slagerij wilde ik ook niet meer terug, want ik vond meubels toch wel interessant. En ik hield wel van het internationale karakter. Hoewel ik nooit andere talen heb geleerd, kon ik me altijd redden met handen en voeten.''

Schakel liet de veertienjarige Ibolya controles op de meubelen uitvoeren. ,,Ik nam altijd een faxapparaat, 48 pakken Douwe Egberts koffie en een paar flessen whisky mee voor de leerkrachten waar dat meisje op school zat. Dan mocht Ibolya de hele week met me mee naar de fabriek en op zoek naar andere fabrieken. Bovendien was een pak koffie altijd goed voor de bekeuringen die ik onderweg heel vaak kreeg. Meestal betaalde ik boetes in natura. Ik reed in die jaren 120.000 km per jaar. Er stonden nogal eens mensen te liften. We stopten een keer voor een moeder met haar dochter. Toen we een paar minuten reden, begon het te stinken en kort daarna hoorden we een geluid dat op een varken leek. En ja hoor, deze mevrouw had een klein varken in haar tas. Dat beestje had ze op de markt gekocht.''

Het dorpje Pata kon je vanaf de stad Cluj alleen bereiken als je eerst een hele grote vuilnisbelt over reed. ,,Daar wilde niemand naar toe. In die dorpskerk hadden ze geen organist meer. Met een paar euro per zondag konden we toen toch een toetsenist daar naartoe krijgen.''

Het waren niet alleen leuke dingen die Willem meemaakte. ,,Ik ben zelfs een keer beschoten toen ze me tot stilstand wilden brengen. En ook nog een keer achterop gekomen, of naast je komen rijden en net doen of er wat aan je auto mankeert, om je zo te laten stoppen. Vele jaren maakte de Barneveldse ondernemer zijn tochten naar Roemenië als 'Einzelgänger', zoals hij zichzelf noemt. Later ging hij vaak met z'n tweeën.

In 2006 nam Willems oudste zoon Michael de zaak Eleonora over. Hij zit voor de meubelen nu ook in landen als China, Indonesië, India, Vietnam, maar ook Roemenie en Polen. Onze andere zoon Matthieu is vrachtwagenchauffeur in het bedrijf en onze dochter Esther werkt ook nog een aantal dagen bij Eleonora. Het is mooi dat je kinderen de zaak voortzetten, want het blijft toch een beetje mijn kindje. Onze derde zoon Dennis is tegelzetter van beroep.''

Sinds acht jaar wonen Willem en Joke aan de Johan de Wittlaan. ,,We hebben al onze kinderen dicht in de buurt wonen, dus ook onze negen kleinkinderen. Joke en ik zijn ruim 42 jaar getrouwd en nog steeds gelukkig met elkaar. We hebben nu wat meer vrije tijd. Ik ben meer een doener dan een vergadertype. Ik hou van eenmalige acties. Zo organiseerde Schakel met zangmaatje Jan Hardon een benefietconcert voor een project in Kenia en dit jaar voor de restauratie van het orgel in de oude kerk. ,,Dan moet er voor die 1200 mensen in de kerk toch wat gezegd worden en dan zit ik vooraf wel te zweten hoor, dat vind ik niet eenvoudig hoor. Niks voor mij.''

Tien jaar geleden sloot hij zich aan bij Mannenkoor Euterpe, volgens Willem een gezellige club van honderd kerels. ,,Dat is een heerlijke ontspanning en tegelijkertijd kun je zo het evangelie zingend uitdragen. Samen met een zangmaatje doe ik ,,lief en leed ,, en bezoeken wij leden bij ziekte en jubilea. Afgelopen zaterdag zongen we nog tijdens een uitvaartsdienst van een van onze koorleden. Ja, ik geloof absoluut in een hiernamaals en in de Bijbel, hij is door veel mensen geschreven, maar geïnspireerd door de Heilige Geest van onze God, dus daarom geloof ik wat daar in staat.''

Willems vader overleed twee maanden geleden op 88-jarige leeftijd. ,,De band die ik het laatste jaar met hem heb gehad, was heel bijzonder. Ik heb de laatste twaalf nachten bij hem gezeten. We hebben samen mooie dingen tegen elkaar kunnen zeggen en hebben als 'vrienden' afscheid genomen.''

Tegenwoordig verzorgt Willem met nog twee mannen de herten en de kippen bij het bejaardenhuis Nebo, op steenworp afstand van zijn woning. Als hobby stapt de Barnevelder graag op zijn mountainbike, de racefiets of de transportfiets. ,,Met Pinksteren heb ik voor de derde keer de Elfstedentocht gefietst en hoop dat volgend jaar weer te doen. Bovendien vaart hij graag met zijn bootje op het water. ,,Ik vind het mooi om dat ook met anderen te delen. Dan voel ik me bevoorrecht.''