,,Het is alle zeilen bijzetten’’, zegt directeur Sylvia Kuiper van Dol Fijn, een organisatie met meer dan honderd medewerkers, die in de regio Barneveld onder meer kinderopvang in kinderdagverblijven, peuteropvang en buitenschoolse opvang aanbiedt. Volgens haar gaat de oorzaak van het huidige personeelsprobleem verder dan de coronacrisis. ,,Er is gewoon te weinig personeel op de arbeidsmarkt. Veel te weinig meisjes zijn opgeleid om dit werk te doen. Het beeld dat na de vorige economische crisis ontstond is, dat je wordt opgeleid voor werkloosheid. Er was toen ook een overschot aan gekwalificeerd personeel en minder mensen deden daarom de opleiding. Maar omdat de vraag daarna weer aantrok, ontstond er een tekort.’’

FRUSTEREND De coronacrisis heeft dat bestaande tekort vervolgens verder op de spits gedreven. Kuiper: ,,De kans dat medewerkers thuis moeten blijven vanwege ziekte is veel groter geworden. Iemand die nu een beetje verkouden is, mag geen risico nemen en moet thuis blijven. En iemand die zich met mogelijke coronaverschijnselen ziek meldt, ben ik zeker vier dagen kwijt. Dat probleem heb je normaal gesproken niet. Met een verkoudheidje werkte je normaliter gewoon door, maar nu heeft het RIVM bepaald dat dat niet mag en daar houden we ons aan. Dat is wel wat frustrerend voor onze leidsters, want die willen heel graag werken en voelen zich schuldig tegenover elkaar en tegenover ‘hun’ kinderen.’’

Dol Fijn Kinderopvang had volgens Kuiper in februari/ maart eindelijk weer voldoende medewerkers, kort voor de coronacrisis uitbrak. ,,We hadden net weer mensen aangenomen, of zouden dat op korte termijn nog doen, toen we door de coronacrisis van de een op de andere dag dicht moesten. De vraag die zich opdrong, was of wij hen wel een vast dienstverband zouden moeten aanbieden. We wisten toen nog niet welke kant we zouden opgaan. En als mensen door de crisis thuis komen te zitten, hebben ze geen kinderopvang nodig.’’

HANDEN IN HET HAAR De omstandigheden vereisen een pragmatische aanpak. ,,Elke dag bekijken we of we groepen kunnen samenvoegen, maar door regelingen kun je daar niet echt heel creatief in zijn. Onlangs hadden we een dag dat we met de handen in het haar zaten. Een deel van ons personeel zat noodgedwongen thuis. Invalkrachten regelen is op dit moment echt een crime. en kinderen naar huis sturen is echt het allerlaatste wat je wilt. We hebben daarom medewerkers die normaal op kantoor werken, maar wel de opleiding hebben gedaan, ook ingezet. Dat doen we alleen in uiterste noodgevallen: het liefst hebben we dat kinderen te maken hebben met de voor hen vertrouwde gezichten.’’

Het elke dag weer gaten proberen te dichten, is ook om een andere reden een frustrerende bezigheid. ,,Door het personeelstekort en de alle uitval kost het maken van de roosters onevenredig veel tijd. Tijd die we liever inzetten voor de opvang van kinderen.’’

BONUS Omdat door de coronacrisis veel vakanties niet doorgaan of korter zullen zijn, verwachten kinderopvangorganisaties meer kinderen op te moeten vangen dan tijdens een normale zomer. Kuiper: ,,Dat maakt het extra lastig. We hebben nu vacatures en zijn lang niet de enige kinderopvangorganisatie die medewerkers zoekt. Daarom werken we met een bonus voor mensen die in de vakantieperiode bij ons gaan werken als invalkracht. Zij krijgen dan aan het einde van hun dienstverband een cadeaubon van honderd euro.’’

De Brancheorganisatie Kinderopvang verwacht dat van personeelstekorten in de kinderopvangsector nog tot september zullen aanhouden. Daarna zal de vraag afnemen en een beter evenwicht ontstaan. Kuiper denkt dat ook. ,,Als je door de vakantieperiode heen bent, heb je in principe je personeel weer volledig beschikbaar. Maar waar ik wel bang voor ben, is dat momenteel door alle kinderopvangorganisaties een onevenredig zwaar beroep wordt gedaan op de inzet van hun medewerkers. Hun belasting is heel erg hoog en we moeten oppassen dat we ze niet overbelasten. Ze vangen heel veel voor elkaar op, dat is bijzonder fijn natuurlijk en dankzij die bereidheid redden we het wel. Maar we moeten ervoor waken dat ze niet over hun eigen grenzen heengaan.’’

André van der Velde