De geallieerden hadden op 10 maart door twee grote offensieven een belangrijk gebied ten westen van de Rijn veroverd. Daardoor konden ook de nog bezette gedeelten van Midden- en Noord-Limburg worden bevrijd. In Amsterdam werden op 12 maart zestien politieke gevangenen gedood naar aanleiding van de bij een gevecht met verzetsstrijders om het leven gekomen SS-Hauptmann E. Wehner. Koningin Wilhelmina kwam die dag in Brussel aan. Een dag later zette zij weer voet op Nederlandse bodem bij het plaatsje Eede in Zeeuws-Vlaanderen. De Amerikaanse generaal Eisenhower kreeg op 14 maart opdracht om een apart bevrijdingsplan voor West-Nederland te ontwerpen.

[DE ‘WESTWALL’] De opmars van de geallieerden leidde bij de nog in ons land gelegerde Duitse troepen tot het nemen van allerlei maatregelen. Zo werden de nog in het midden noorden van ons land gelegerde eenheden veel vaker verplaatst en werd er koortsachtig, met behulp van door razzia’s verkregen arbeidskrachten en vrijwillige medewerkers van de Organisation Todt, gewerkt aan de versterking en bouw van de soms ten dele al bestaande ‘Westwall’. Deze Westwall moest er onder meer voor zorgen dat de Duitse troepen zich uiteindelijk in de zogenaamde ‘Festtung Holland’ konden terugtrekken op het moment dat ze door de geallieerde legers dreigden te worden omsingeld.

In maart was een zekere Heinz Plöger Obergruppenführer van de Organsation Todt in Voorthuizen. Ook de nu werkloze journalist Aris Smit uit Barneveld werkte voor deze organisatie bij het bouwen van de noodzakelijk geachte versperringen en versterkingen. De Einsatzstab van de NSDAP (‘Hauptverplegungsamt der NSV’ te Barneveld welke organisatie zich bezig hield met de Volkswohlfahrt) vorderde in de week van 6 maart zeventien bomen langs de Zwartebroekerweg (nu Eendrachtstraat) in Terschuur voor de fabricage van klompen. Die waren bestemd voor de arbeiders die aan de zogenaamde ‘Westwall’ moesten werken. De bomen werden gekapt, verwerkt en betaald door de firma Kieboom, waarvan het fabriekje vanaf 6 november 1940 aan de Valkseweg stond. Het heette officieel de firma Broekhuis en Kieboom. Het klompenfabriekje fungeerde al in 1944 als toeleveringsbedrijf voor de arbeiders die in 1944 voor het Nederlandse Arbeidsfront (NAF) in Hoevelaken aan die Westwall werkten.

[INKWARTIERINGEN] De hiervoor al genoemde troepenverplaatsingen leidden ertoe dat er in het dorp opnieuw veel woningen werden gevorderd om er soldaten in onder te kunnen brengen. Die vorderingen hadden meestal betrekking op huizen en andere gebouwen die zich in de omgeving van de toen nog bestaande Duitse ‘Admiral Lütjenskaserne’ bevonden; globaal het gebied Kapteynstraat – Markt – Spoorstraat.

Op donderdag 8 maart schreef Gonny Noorlander in haar dagboek: ‘Tot onze grote schrik vertelde Pa vanmiddag dat er hier op de (Verloop)laan huizen gevorderd zijn van Wilms, Hildebrand, Sinia, An Sanders, Goudriaan, Van Maren en De Boer. Voor morgen 5 uur moeten ze eruit zijn, ze mogen niets meenemen is 't zeggen, maar ze zijn er alles hard aan 't uitslepen. Wel is er vanmorgen hier een mof langs gegaan, die de boel op liep te nemen maar ja, wie heeft er nu zo dadelijk erg in vorderen’. Een kleine week later, op 14 maart, was het zover en schreef Gonny: ‘We hebben vanmorgen de serre weer eens fijn ingeruimd maar toen we net klaar waren kwamen er tot onze grote schrik 4 soldaten en 2 officieren aan en kwamen naar het huis kijken en het vonnis was al gauw geveld. Heel de bovenverdieping is gevorderd, al de evacuees moeten weg (…) Om 7 uur moest het leeg zijn en om ± 3 uur wisten we het pas. Om ± 4 uur waren de Duitsers al in huis en liepen om je heen te springen. 6 bedden werden aangedragen voor 2 off. en 4 soldaten. (…) Het wordt hier schijnt het een radiozend- en ontvangststation. (…) Er zijn vandaag nog meer huizen gevorderd o.a. van Hartkamp, Kees Mol, Goris weer en Eggink .’

In maart kreeg het dorp Barneveld er een nieuwe inwoner bij. Ditmaal ging het om een luxe ‘evacué’, de heer H.P. Stam, de uit Dordrecht afkomstige president van de Nederlandse Apothekerskamer, een door de Duitse bezetter ingestelde organisatie waarvan apothekers lid moesten worden op hun beroep uit te kunnen blijven oefenen. Het was in zijn woonplaats ‘in verband met de militaire situatie aldaar’ te gevaarlijk geworden om er te blijven wonen. Waarnemend (NSB)burgemeester Van den Brink zorgde vanzelfsprekend voor passende woonruimte.

[KINDERTRANSPORTEN] Tijdens de vergadering die op 7 maart door het Barneveldse Rode Kruis werd gehouden, lichtten twee medewerkers van het Interkerkelijke Organisatie (IKO) een plan toe om kinderen uit de honger lijdende steden in het westen van ons land, over te brengen naar het oosten en noorden. Uit Utrecht zouden zo’n 12.000 kinderen naar de Achterhoek gebracht worden. Van Barneveld werd gevraagd om voor drie transporten van vijftig kinderen per week, warme maaltijden te verzorgen. Daartoe kreeg Barneveld een eigen IKO-afdeling, waarin de tijdelijk in Barneveld verblijvende geestelijken (dominee Steenbeek en pater Hendriks) en dokter Van der Horst bereid bleken de afdeling te vormen. Op 14 maart kwam met het eerste transport vijftig kinderen naar Barneveld. Ze werden hier verzorgd. De Utrechtse kinderen zorgden niet alleen voort extra drukte. Op 11 maart kreeg de Rode Kruisafdeling nog eens tachtig man extra in de voeding. Het waren passagiers van een om 6.30 uur die morgen gestrande Duitse Wehrmachttrein die op last van burgemeester Van den Brink van de Brink van een maaltijd werden voorzien. Ze vertrokken ’s avonds weer met dezelfde trein.

[LUCHTOORLOG] Ondanks het feit dat geallieerde piloten boven ons land vrijwel geen rekening met Duitse vliegtuigen behoefden te houden, hadden ze vanaf de grond natuurlijk wel nog steeds te maken met luchtafweergeschut. Mogelijk was dat de oorzaak van het neerstorten van een jachtvliegtuig in de nacht van 9 op 10 maart. Dat toestel, een de Havilland Mosquito Mk. VI van het 605e squadron van de Britse Royal Air force (RAF) stortte neer in de omgeving van Kootwijk. De piloot, Flight-Officer Oldham, kwam hierbij om het leven, samen met zijn navigator. Oldham was gestart vanaf de vliegbasis in Hartford Bridge, Hampshire in Engeland. Het squadron zou op 15 maart naar Koksijde in België worden overgeplaatst en op 28 april naar Volkel in Brabant.

Waarschijnlijk werd het toestel van Oldham getroffen door een van de batterijen luchtafweergeschut rond Radiostation Kootwijk. Van een melding in de buurt van het dorp is mij niets bekend. Het zou niet het eerste geallieerde jachtvliegtuig zijn dat in die omgeving werd neergeschoten.


Een nacht eerder, van 8 op 9 maart, voerde een Stirling-bommenwerper van het 196e squadron met als piloot Flight-officer Hoysted, een dropping uit het als DZ George 1 bekende droppingsterrein maar slaagde er slechts in een deel van zijn lading af te werpen. Daardoor kwamen er slechts veertien containers en vijf pakketten in handen van de Ondergrondse.

[Gerjan Crebolder]

Gerjan Crebolder
Foto: Gerjan Crebolder
Rond het Radiozendstation in Kootwijk – hier eens een keer aan de achterkant te zien – was luchtafweergeschut opgesteld.
Gemeentearchief Barneveld
Foto: Gemeentearchief Barneveld
Duitse legeronderdelen konden zich niet op eigen houtje inkwartieren. Ze moesten zich melden bij de burgemeester. Dit bord was aan de Amersfoortsestraat te vinden.
Gemeentearchief Barneveld
Foto: Gemeentearchief Barneveld
De ‘Admiral Lütjenskaserne’ van de Kriegsmarine was gevestigd in het gebied Kapteijnstraat-Markt-Spoorstraat. Het gebied was onder andere met rietmatten afgezet.
...
Foto: ...
Embleem van de Nationaal-socialistische Volkswohlfahrt (NSV) die kennelijk in het dorp Barneveld een bureau moet hebben gehad.
Gerjan Crebolder
Foto: Gerjan Crebolder
Links achter deze nog bestaande woning aan de Valkseweg was het klompenfabriekje van Kieboom gevestigd.
Gerjan Crebolder
Foto: Gerjan Crebolder
Restant van de fundering van zo’n Duits luchtafweerkanon, verborgen in het bos. Met dank aan de heer O. Thomassen.