Dat was een zinnetje dat bij me haakte. Een levendige stad in Zuid-Europa, maar geen mens meer buiten. De vogels hebben de stad overgenomen.

Soms hebben dieren de overhand. Niet altijd plezierig. Als sprinkhanen neerstrijken vreten ze alles op. In de Bijbel heten ze dan ook kaalvreters. En de plagen in Egypte: kikkers, steekvliegen. In onze tijd ook nog: soms hoor je van zo’n overname, een beestenplaag.

In Madrid hebben de vogels de stad overgenomen. Maar dit klinkt toch anders. Want de vogels hebben de stad niet overgenomen. Ze zijn geen invasie begonnen, ze zijn geen aanvallers en bezetters. Het is eerder zo dat de mensen verdwenen zijn. De mensen zijn gevlucht in de eenzaamheid, om achter de deuren en ramen geen contact met anderen te hebben, zodat het virus geen kans krijgt hun leven te bedreigen.

De dieren die in de korte geschiedenis die achter ons ligt zoveel ziekten hebben meegemaakt, varkens, koeien en kippen, die dieren blijven nu waar de mensen zich terugtrekken in de huizen. De dieren lijken de stad overgenomen te hebben.

Maar eigenlijk houden ze de wacht. Ze vliegen gemakkelijk van Madrid naar Voorthuizen en van hier naar Londen of Oslo. Zoals in dat liedje van Klein Orkest van voor de val van de muur: ‘En alleen de vogels vliegen van Oost- naar West-Berlijn, worden niet teruggefloten, ook niet neergeschoten. Over de Muur, over het IJzeren Gordijn. Omdat ze soms in het westen, soms ook in het oosten willen zijn.’

Ze passen op de tent. Ze nemen de stad niet in, maar ze blijven terwijl de mensen schuilen. Ze zijn wachters op de torens van de tijd. Ze zien uit naar licht in het donker.

De vogels wijzen zo op die andere Wachter van wie de Bijbel vertelt in Psalm 121. De Wachter die nooit slaapt en altijd over je leven waakt. Dat is God. Hij houdt de wacht over je gaan en komen.

Houd hoop en pas goed op elkaar.

[Ds. Diemer de Jong, Gereformeerde Kerk Voorthuizen]

[In de rubriek Dominee-effect schrijft iedere week een predikant over iets wat hem of haar bezighoudt of opvalt.]