Van Spitfire en Decathlon tot F16

Henk Postema (74) was achttien jaar toen hij op de LTS in de Achterhoek een fascinatie kreeg voor vliegtuigen en boten. Na de MTS kwam hij in dienst van de Luchtmacht in Soesterberg, waarna alles wat vaarde hem niet meer zo boeide, terwijl alles wat vliegt hem juist veel meer ging boeien. Hij was daar zes jaar chef van de bemanning, de technische man voor de helicopter Alouette 3. ,,Nee, die heb ik nooit gebouwd (lacht). Een kennis van mij komt voor de tentoonstelling wel met het model van een mooie Apache.”

De Barnevelder zegt dat hij de hele zaal wel kan vullen met de vliegtuigjes die hij bezit. Op de zolderkamer en slaapkamers in zijn woning heeft hij zo’n vijftig modellen. ,,Ik heb mijn zoons er allemaal uitgeschopt (lacht), dan kun je dat doen. Ze staan lekker ingepakt en opgehangen, in omvang variërend van veertig centimeter tot twee meter zeventig. Ze kunnen allemaal vliegen.” Postema maakt de onderdelen zelf, onder meer met een eigen frees- en draaibank.

Met een zender kan hij de modellen de lucht in sturen. ,,Vroeger had je daar een vergunning voor nodig. Tegenwoordig gaat het om gigabites en profi afstandsbediening. De techniek is allemaal beter geworden, het gaat niet zo snel meer kapot. We vliegen op de Ginkelse Hei, al doe ik dat nu iets minder. Mijn zoon en kleinzoon zie je er meer. Jan en Bram Postema nemen het vliegen van mij over, want ze vinden het prachtig. Ze zijn met de hobby van hun vader en opa besmet.”

Postema noemt direct de Poolse Wilga, het grootste modelvliegtuig dat hij bezit. ,,Hier kunnen parachutisten uitspringen en je kunt er zweefvliegtuigen aan koppelen. Ik heb twee para’s die onder dit vliegtuig hangen. Dan vlieg je tot driehonderd meter. We mogen niet hoger.”

De Barnevelder bouwde ook vliegtuigen als het Britse jachtvliegtuig de Spitfire, de flitsende F16 en de Amerikaanse populaire Decathlon. ,,Ik vind het bouwen het leukste om te doen. Antieke vliegtuigen maak je helemaal met behulp van een tekening, dat is allemaal houtje-touwtje. In de loop van de tijd weet je precies hoe een vliegtuig in elkaar zit. Het is zaak dat je alles, zoals de vleugels, netjes recht krijgt. Want die kunnen weleens krom gaan trekken. Tekeningen kun je kopen of downloaden op websites.”

Zijn hobby kost wel een paar centen, geeft Postema toe, maar om te oefenen heb je voor honderd euro al een vliegtuigje in de lucht. Om te leren vliegen, inclusief de spelregels, is het wijs om je aan te sluiten bij een modelvliegtuigclub, zoals de Vliegclub Zuid Ginkel (VZG) en de Edese Luchtvaartclub (ELV). Hij is lid van de eerste, die nu zo’n zeventig leden telt. ,,We hebben een prachtig vliegveld op de hei. Je bent lekker buiten met elkaar om je hobby te bedrijven. De een weet dit en de ander dat. We helpen elkaar. Ik bouw de vliegtuigjes. Autospuiters geven ze een mooie kleur. De motoren reviseer ik ook. Ik breng bijvoorbeeld nieuwe lagers aan. En we bouwen ze om van methanol naar benzine, dat vliegt wat zuiniger.”

Juist heeft Postema weer een model waar de staart vanaf is in de reparatie. Een vliegtuigje bestaat voornamelijk uit hout, kunststof en piepschuim. ,,Het blijft vreselijk leuk. Een man moet een hobby hebben, toch? Mijn vrouw vindt het prima. Zij deed vooral aan volksdansen. We gaan vrolijk verder. Ik ga zo nog een wielkapje uit een mal halen. Dat doe ik ook zelf.”

In Barneveld zal Postema de F16, de Spitfire en een hele oude Antic exposeren. ,,Dat is een houtje-touwtje-vliegtuig, met allemaal spankabeltjes.”

‘Met vuur en water een trein of auto laten rijden’

Frits Schuring en Cees Marel zijn allebei 75 jaar oud en wonen in Amersfoort. Ze zijn lid van de landelijke club ‘Onder Stoom’, waar de leden elkaar helpen om stoommachines te bouwen.

Ongeveer zestig stoommachines bouwde Schuring over een periode van zo’n veertig jaar. ,,We zijn van een generatie die allemaal mooie dingen zag die je niet kon betalen. Totdat je op een leeftijd komt dat je ze zelf wel kunt maken. Mijn vader was slager, maar mijn grootvader was treinmachinist. Zo is de interesse ontstaan. Ik heb de stoomtreinen nog meegemaakt.”

OP STOOM Schuring wijst op het systeem en de beweging van een stoommachine. Dat boeit hem. Hij bouwde zelfs een vrachtauto van één meter tachtig die op stoom rijdt. ,,Het bijzondere is dat je met vuur en water een auto of een machine kunt laten werken.”

Een van zijn mooiste machines is een model uit 1805. ,,Die is mooi door zijn eenvoud.” De formaten variëren van vijf centimeter tot twee meter. ,,Ik bouw wat ik leuk vind en dan maakt het formaat niet uit.” Schuring maakte zelfs een complete werkplaats in een fabriek op modelformaat, om te laten zien hoe men destijds te werk gingen met een stoommachine.

OP DOOD SPOOR]Voor Maarel (75) begon de passie voor stoommachines toen hij 59 jaar was en een hobby zocht voor in zijn vrije tijd. Schaatsen, hardlopen en wielrennen kon hij niet meer zo goed en wilde hij afbouwen.

Eerst begon de Amersfoorter met het bouwen van boten op modelformaat. ,,Maar dat was kwetsbaar, met al die touwtjes eraan. Toen ben ik maar met stoommachines begonnen. Daarna zat ik op dood spoor. Tijdens een open dag in Nijkerk over modelbouw kwam ik Frits tegen. Ik was zeer onder de indruk van zijn werk en het toeval wil dat hij vlakbij bleek te wonen. Daarna is een vriendschap ontstaan. Ik ben behoorlijk fanatiek gaan bouwen, zodat ik nu zo’n vijfentwintig machines in mijn bezit heb.” De meeste van zijn modellen staan op een grondoppervlak van 25 bij 25 centimeter.

DRUK OPGEBOUWD Naast stoomtreinen, kun je denken aan stoomvoertuigen en machines om iets aan te drijven in fabrieken. ,,Hoe denk je dat vroeger alles in een wasserij draaide? Dat ging op stoom. En in een fabriek had je banddrijfwerk, waar een grote stoommachine stond om de banden aan te drijven.” Maarel wijst op de fluitketel om water mee te verhitten en te laten koken en waardoor druk wordt opgebouwd. ,,Dat is de basis om iets mee aan te drijven.” In eerste instantie werden er kolen gebruikt om vuur te maken en water te verhitten. Later werd hiervoor ook olie of gas gebruikt.

Het mooiste model van Maarels hand is de stoombus van Dio Biton uit Parijs. In 1913 al de eerste stoomtrein in Engeland, waarna de eerste stoomtrein in Nederland ging rijden tussen Amsterdam en Haarlem. Hij weet dat de eerste auto’s op stoom reden en niet op benzine, nu alweer zo’n tweehonderd jaar geleden.

Voor Maarel en Schuring is het een hele klus om hun machines naar de Barneveldse expositie te vervoeren, omdat ze niet de jongste meer zijn. Toch hebben ze dit er graag voor over.

'Ze zijn nostalgisch, net als een oude poster'

Jan van den Bor (69) woont zijn hele leven al in Putten. Hij had interesse in het verzamelen van sigarenbandjes en daarna miniatuurauto’s, vooral van het Engelse merk Matchbox, met veel oldtimers. Hij werd op zesentwintigjarig leeftijd zelfs lid van een miniatuurautoclub. Toen Matchbox eind jaren tachtig failliet ging, zocht hij iets nieuws om te verzamelen. ,,Mijn interesse gaat heel erg uit naar grafische vormgeving, wat je ook op posters en dergelijke veel ziet. Langzamerhand ben ik zo bij de bouwplaten terecht gekomen. Daar kwam ik een hele nieuwe wereld tegen.”

In het begin was het aanbod nog niet zo groot, zodat hij zelf het initiatief nam tot een eigen blad: het Bouwplatenbulletin. Dit tijdschriftje bestaat nu al eenentwintig jaar en er zijn nog steeds 175 abonnees, onder wie enkele buitenlanders.

NOSTALGISCH Van den Bor heeft intussen zo’n vijfduizend bouwplaten verzameld, van een klein kaartje tot grote lappen van een meter lang. De helft daarvan bestaat uit schepen, vliegtuigen, ruimtevaart, architectuur, mensen en dieren. De ander helft bestaat uit automodellen. In eerste instantie verzamelde de hobbyist, maar doordat hij graag meedeed aan tentoonstellingen, ging de Puttenaar ook zelf bouwen om iets te laten zien. ,,Dat doe ik nog steeds, maar de ruimte beperkt je een beetje en ik ben zelf niet zo’n superbouwer van hele gedetailleerde modellen. Ik bouw vooral eenvoudige modellen, variërend van gebouwen tot zestig centimeter hoog tot kleine autootjes vijf centimeter lang.”

Het bouwmateriaal is karton. Van den Bor koopt of vindt de bouwplaten op het internet. Van oudere types laat hij kopieën maken. ,,Ik behoor tot een kleine groep die minder bouwt en veel verzamelt. Het mooie van die platen vind ik dat ze zo ontzettend mooi getekend zijn en met de hand ingekleurd. Die zijn nostalgisch, net als een mooie oude poster. Dat vind ik prachtig.”

SCHORPIOEN De meeste bouwplaten zijn van bestaande types en merken, op een aantal fantasiemodellen na. Van den Bor knutselde ook dieren, zoals kevers en vogels. ,,In Barneveld laat ik een hele grote schorpioen zien van 45 centimeter en kleinere dieren, zoals een boktor, de herculeskever en het vliegend hert. Die tonen ontzettend leuk, net als de salamanders en de vlinders, naast de hondjes, kippen en een egel.”

Van de auto’s is de Mercedes 500K het eerste type dat de bouwer in gedachten schiet. ,,Die heb ik van een Canadese uitgever en daar ben ik best trots op.” Van een Spaanse uitgever heeft hij een Peugeot en een A-Ford. En een Duitse uitgever bezorgde hem Oost-Duitse modellen, zoals een Trabant. ,,Ze kunnen door een beginner gebouwd worden en ze zijn prachtig om te zien. Elk model van een auto is wel zo ongeveer te krijgen.”

VEEL RONDINGEN Qua architectuur is Van den Bor trots op het Rembrandt-poppenhuis, dat hij zelf maakte, met de inrichting. Bovendien creëerde hij Japanse pagodes, een kerkgebouw uit Den Haag en het Gasuniegebouw uit Groningen. ,,En toonaangevende gebouwen uit de hele wereld.”

Op de site van het merk Canon zijn veel bouwplaten te downloaden (de meeste gratis). Naast de bouwplaat heeft de Puttenaar een snijmat nodig, een metalen kraspen om de lijnen te rillen (stippellijntjes om te vouwen) en een tube lijm. ,,Je moet precies werken, niet teveel lijm gebruiken, voorzichtig uitwerken en rillen, zodat je er niet zomaar doorheen gaat. Natuurlijk is het slim om de bouwbeschrijving vooraf goed te lezen om te zien hoe alles in elkaar zit. Vooral bij dieren is dat erg belangrijk, omdat je hier veel rondingen hebt.”

Door de coronacrisis vervielen er grote beurzen voor de hobbyist. Daarom is hij in zijn sas met de Barneveldse expositie. ,,Het is leuk omdat het hier ruim van opzet is en iedereen zomaar naar binnen kan. Daardoor krijg je ander publiek, gewone mensen van de straat. Ze slaan soms stijl achterover als ze zien wat er allemaal voor modellen bestaan.”

Door Freek Wolff

Pauw Media
Foto: Pauw Media
Pauw Media
Foto: Pauw Media
Pauw Media
Foto: Pauw Media