Edward Doelman

Het is een ommezwaai in beleid, in denken, in doen, in geld verdienen met het houden van dieren. Sinds de Tweede Wereldoorlog stond de productie van zo veel en zo goedkoop mogelijk voedsel centraal in het Nederlandse landbouwbeleid. Dit na de hongerwinter van 1944-1945 en het nijpende voedseltekort. In die opdracht is de Nederlandse landbouwsector meer dan geslaagd, stelt Ruud Zanders, een van de initiatiefnemers van Kipster, een pluimveehouderij dat 'diervriendelijke en klimaatneutrale' eieren produceert, die worden afgezet bij supermarktketen Lidl . ,,We hebben een uiterst kostenefficiënte voedselproductie opgezet. De hele wereld kijkt hoe wij te werk gaan.” Aan de bereikte resultaten wil Zanders niets afdoen. ,,Het heeft bij mij ook een tijdje geduurd voordat ik een nieuwe weg ben ingeslagen.”

Door de introductie van Kipster wordt Zanders alom als voorloper op het gebied van kringlooplandbouw beschouwd. ,,Je kunt het als zien een ander voedselsysteem, in elk geval niet als het systeem waar produceren voor de wereldmarkt en kostenefficiëntie voorop staat”, zegt Zanders. In de Kipsterstal in het Noord-Limburgse Castenray worden zo’n 24.000 hennen gehouden. Kippen zijn van nature bosvogels en daarmee is volop rekening gehouden. Zo kunnen ze rondscharrelen tussen struikjes en boomstammen. Dat leverde Kipster het maximale aantal van drie sterren op van het BeterLeven keurmerk van de Dierenbescherming. Daarmee valt Zanders echter wel onder de ‘intensieve veehouderij’. ,,Het commercieel houden van dieren geeft natuurlijk spanning ten opzichte van de diervriendelijkheid, want het gaat niet om vier kippen die los in de achtertuin lekker kunnen scharrelen. Maar met Kipster doen we het zo diervriendelijk mogelijk.”

[HOOGWAARDIG VOEDSEL] Wie naar Zanders’ beweegredenen vraagt om Kipster te introduceren, dan zal hij of zij horen over zijn Limburgse ouders. Net na de oorlog groeiden zij op in een arm boerengezin. Etensresten werden niet weggegooid, maar gevoerd aan het varken. Was dat dier eenmaal vetgemest, dan werd het varken geslacht en opgegeten. ,,Van rest- en afvalstromen weer hoogwaardig voedsel maken, dat is ook de gedachte achter de kringlooplandbouw. Ik denk dat we daarmee ook weer teruggaan naar de oude waarden van het voedselsysteem. Niet het aantal dieren of de reductie van kosten zijn daarin bepalend, maar wat goed is voor de aarde, voor mens en dier.”

Kipster-kippen eten hun buikje rond van 'reststromen' zoals overgebleven beschuit, knäckebröd en eierschalen die afkomstig zijn van bakkerijen. ,,Ik geef de kippen geen speciaal voor hen verbouwd graan. Graan is hoogwaardig eten, het is logisch dat we dat voor menselijke consumptie verbouwen”, stelt Zanders. Hij is tegenstander van de huidige gedachte dat op vruchtbaar land veevoer gebouwd wordt, dan aan dieren gegeven wordt en vervolgens gebruikt wordt voor menselijke consumptie. ,,Hoe efficiënt we dit systeem in West-Europa ook hebben opgezet; in de kern is het niet efficiënt. Juist wat overblijft, de reststromen van de menselijke consumptie, dat kunnen we voeren aan kippen of varkens.”

[VOEDSELRESTEN] Wat Zanders wil zeggen: niet de kosten of de opbrengsten zijn doorslaggevend in hoeveel dieren een boer houdt, maar de hoeveelheid menselijke voedselresten bepalen de omvang van de veestapel. ,,Het argument dat de wereldbevolking groeit, dat de vraag naar dierlijke eiwitten elders op de wereld daardoor alleen maar zal toenemen, dat stelt ons juist voor een opdracht. Want blijven we op deze voet verder consumeren, dan putten we de aarde uit. In 2050 kun je met het systeem van kringlooplandbouw straks 9 miljard mensen op aarde 20 gram dierlijk eiwit per dag geven. Het probleem is alleen dat we nu op een gemiddelde op zo’n 70 gram dierlijk eiwit zitten.” Zanders baseert deze laatste cijfers op wetenschappelijk onderzoek van de Wageningen Universiteit.

Zanders’ verhaal komt overeen met dat van Tjeerd de Groot, het Tweede Kamerlid van D66 die zich de afgelopen maanden de woede van veel agrariërs op de hals haalde met de oproep om de veestapel te halveren. De Groot geeft aan dat boeren middels kringlooplandbouw ‘meer geld kunnen verdienen met minder vee’. Zijn oproep over het verdienmodel staat niet op zichzelf: van politiek links tot rechts wordt gepleit voor een beter verdienmodel voor boeren. De Groot: ,,Boeren zitten vast in een systeem, waar telkens nieuwe regels worden gesteld, productieverhoging de norm is en de winst die geboekt wordt, niet terechtkomt bij de boer. Dat moet anders.”

['MARKTMACHT'] De eerste bevindingen naar een toekomstbestendig verdienmodel geven andere inzichten. De Taskforce Verdienvermogen onder leiding de Overijsselse Gedeputeerde Hester Maij gaat onder meer in op de financiële haalbaarheid om in 2050 overgeschakeld te zijn op kringlooplandbouw. Zo blijft sprake van een ongelijk speelveld als Nederland overschakelt en andere landen dit niet doen. Daardoor kunnen boeren zich uit de markt prijzen. Dat gebrek aan grip op marktprijzen wordt vergroot omdat boeren te weinig zouden samenwerken en vaak homogene, niet onderscheidende producten maken. Het rapport stelt ook dat de cultuur in de landbouwsector, behalve bij coöperaties, niet gericht is op samenwerking. De ‘marktmacht’ van boeren is mede daardoor te beperkt ten opzichte van toeleveranciers en de retail.

De Taskforce komt ook met diverse aanbevelingen. Om een gelijk speelveld te creëren tussen kringloop- en reguliere landbouw, zouden volgens het rapport alle negatieve bijeffecten van de landbouw (zoals uitstoot van broeikasgassen en andere emissies naar lucht, bodem en water) een prijskaartje moeten krijgen. Dat zou de omslag naar kringlooplandbouw kunnen versnellen. Daarnaast roept de Taskforce in het rapport op om een transitiefonds in het leven te roepen, zodat boeren de financiële ruimte krijgen om de omslag te maken. Je kunt namelijk ‘niet groen doen als je rood staat’.

[KANSRIJK] Op de vraag aan Zanders hoe hij denkt over het toekomstige verdienmodel van boeren, dan denkt hij dat kringlooplandbouw in elk geval kansrijk is. ,,Ik denk zeker niet dat de verdiensten minder worden dan nu het geval is. Boeren zijn op dit moment kwetsbaar, omdat ze dezelfde, homogene producten maken. Dan is het een kwestie van vraag en aanbod, waar de boer vaak aan het kortste einde trekt.” Het is begonnen uit idealisme, zegt hij. ,,Maar vanaf het eerste gesprek met Lidl was er groot enthousiasme. Ik vertelde hen allemaal dingen over de pluimveesector waar ze geen weet van hadden. Ik denk dat dat ook een les is voor boeren. Met een goed inhoudelijk verhaal staan supermarkten juist open voor nieuwe concepten.”

Het werpt ook de vraag op hoe Zanders aankijkt tegen boeren die wel willen omschakelen, maar niet weten hoe. ,,Stel dat je zwaar in de financiering zit bij de bank, dan is het echt heel lastig om de koers van je bedrijf te veranderen. Dat begrijp ik absoluut. Je komt er zonder hulp van de overheid niet zomaar uit. Daarom is zo’n transitiefonds ook heel goed.” Voor jonge boeren die toekomstperspectief zoeken, heeft de ondernemer maar één wens: ,,Denk goed na over het huidige systeem en leer daarvan. Er wordt aan een nieuw voedselsysteem gewerkt, op basis van ecologische waarden. Van meer voor minder gaan we naar minder voor meer. Ik weet uit eigen ervaring dat de praktijk echt niet makkelijk is, maar die signalen mag je niet meer negeren.”

[JONGE BOEREN ZIJN AL BEZIG MET OVERSTAP NAAR KRINGLOOPLANDBOUW]

78 procent van de jonge boeren wil stappen zetten naar kringlooplandbouw of is daar al mee bezig. Ook geeft 73 procent van de jonge agrariërs dat ze actief bezig zijn om hun bedrijf te verduurzamen, juist met het oog op de toekomst.

Het zijn een paar uitkomsten van een opinieonderzoek van het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) en omroep KRO-NCRV dat vorige week werd gepresenteerd. De gemiddelde leeftijd van de ruim duizend ondervraagde boeren is 27 jaar. De NAJK stelt vast dat het opmerkelijk is dat zoveel jonge boeren werken aan een duurzamer bedrijf, terwijl een op de drie boeren aangeeft het niet noodzakelijk te vinden dat de landbouw duurzamer wordt.
Volgens NAJK-voorzitter André Arfman is de reactie op deze stelling goed te verklaren: ,,Jonge boeren hebben de intentie om over dertig jaar nog te boeren. Het maken van duurzame keuzes is bij hun daarom al een vanzelfsprekendheid. Duurzaamheid is ook voor ieder bedrijf anders. Jonge boeren zitten niet te wachten op verstikkende wet- en regelgeving die hen een bepaalde hoek in duwt en die niet past bij hun bedrijf."

[BEDRIJFSOPVOLGERS] Dick Kampert, voorzitter van de AJK-afdeling Stroe-Wekerom, kijkt niet op van de uitkomsten van het onderzoek. ,,Jonge boeren zien het nut van verduurzaming wel in, hoewel dit voor iedere sector en elk bedrijf anders in te vullen is.'' Kampert ziet wel dat jonge boeren in de Gelderse Vallei nog goed vertegenwoordigd zijn. ,,We hebben zelf een afdeling van ruim honderd leden. Ik ken de exacte cijfers ten opzichte van andere regio's niet, maar mijn gevoel zegt dat we in de regio nog een redelijk aantal bedrijfsopvolgers hebben. Dat is ook belangrijk met het oog op de toekomst van het platteland."
De 27-jarige Wekerommer kijkt in dat opzicht met zorgen naar de huidige stikstofcrisis en de oproepen om de veestapel te verkleinen. ,,Ik durf wel te stellen dat jonge boeren in de Gelderse Vallei wel openstaan voor kringlooplandbouw en het houden van minder dieren, mits we daarmee ook de kost kunnen verdienen. Maar dat verdienmodel komt wat mij betreft in een later stadium. In de stikstofcrisis moeten we eerst en vooral ons bestaansrecht zien te behouden. Zo voelt dat voor ons."

[GEEN ZONNEWEIDES] Wel formuleert Kampert met het oog op de omslag naar kringlooplandbouw een duidelijke wens voor gemeenten. ,,Ik hoop dat gemeenten scherp zijn op behoud van landbouwgrond. Maak daar geen zonneweides van, zeker niet zolang de daken nog niet vol liggen. Kringlooplandbouw is grondgebonden landbouw. Dan moet je die grond ook zien te behouden."

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (www.fondsbjp.nl)

import
Foto: import
Ruud Zanders over de huidige pluimveehouderij: ,,In de kern is het niet efficiënt."