Gelukkig zijn ze in Kootwijk beter in het bewaren van geheimen. Alle inwoners van het dorp wisten dat Marjo van den Berg woensdag een koninklijke onderscheiding zou krijgen bij haar afscheid van belangenvereniging Kootwijk Vooruit, behalve Marjo zelf. Ze was -in goed Kootwijks- ´flabbergasted´ (met stomheid geslagen) toen burgemeester Asje van Dijk zomaar de zaal in kwam lopen, met in zijn kielzog een stoet vrienden en familieleden. Die hadden met z´n allen een half uur staan blauwbekken in de keuken van Landgoed Kerkendel, omdat de ledenvergadering uitliep. Alles was echter snel vergeten toen de gasten de oprechte verbazing zagen op Marjo´s gezicht.

Terecht overigens, die onderscheiding. Al was het alleen maar omdat Marjo een ontzettend leuk mens is. Daar mogen ze ook wel eens lintjes voor uitdelen. Niet om wat iemand gedaan heeft, maar om wie iemand is.

Ook onze al dan niet zwarte Pieten mogen wel eens een blijk van waardering ontvangen. Het is natuurlijk ontzettend duurzaam dat we onze daken in hoog tempo vol leggen met zonnepanelen, maar voor de hulpjes van de Sint wordt het op deze manier schier onmogelijk om de kado´s door onze schoorstenen te mikken. Overigens moeten we als volk serieus overwegen om het Sinterklaasfeest in zijn geheel af te schaffen. Al honderden jaren komt de Goedheiligman in Nederland op bezoek. Dan zou je toch mogen verwachten dat er inmiddels een waterdicht draaiboek beschikbaar is, maar niets minder is waar. Elk jaar gaat er weer van alles mis, zodat die arme kindertjes tot op het laatste moment in onzekerheid leven of ze wel iets in hun schoen zullen vinden. Dat kan gewoon niet meer.

Terugkomend op Jur van Ginkel. Mijn oude baas en leermeester schreef deze week wijze woorden in een brief aan de lezers van deze krant, waarin hij voorstelde om de aula van de Barneveldse begraafplaats niet te verbouwen, maar te slopen. En dan vervolgens een geheel nieuw pand uit de grond te stampen. Ik sluit me van harte aan bij dit pleidooi. Een overlijden is al triest genoeg. Maar als je dan ook nog handjes moet schudden in zo´n gedateerde en bedompte aula, dan word je nog depressiever dan je mogelijk al bent. Het begint al in de veel te kleine ontvangstruimte. Tenminste als je geluk hebt, want waarschijnlijk moet je buiten wachten, ook als het regent. En als je eenmaal binnen bent, is de ellende nog lang niet voorbij. Er zijn in deze regio genoeg voorbeelden van aula´s te vinden die wel de juiste sfeer ademen. Dat is toch wel het minste wat je als gemeente mag aanbieden aan rouwenden.

[Erik Roest]