De boeren hebben hun punt(en) tot nu toe twee keer met zichtbare kracht bijgezet. De uitwassen (doodskisten en dergelijke) zijn niet goed te praten, maar de kern van hun boodschap snap ik wel. En die week overigens wel af van het motto dat mijn vader me vroeger probeerde bij te brengen: ´Een echte kerel rijdt op een Fendt´.

Hoe dan ook, de agrarische sector is de afgelopen decennia ten prooi gevallen aan zwalkend ad-hoc beleid vanuit Den Haag en Brussel. De boeren werden keer op keer geconfronteerd met nieuwe eisen en maatregelen, met allerlei verplichte investeringen tot gevolg. De overheid bleek een onvoorspelbare en daarmee ook onbetrouwbare partner. Logisch dus dat de maat op een gegeven moment vol was. De boodschap is wel helder geloof ik: ga met elkaar in gesprek en kom met een doorwrochte lange-termijnvisie.

Het boerenprotest vormde de inleiding tot wat een hete herfst moet worden. Ook in de zorg (waar de afgelopen jaren de wrange vruchten van de ingevoerde marktwerking werden geplukt) en het onderwijs (lage lonen, hoge werkdruk) bereiden acties voor. We staan te boek als het gelukkigste land ter wereld, maar de onvrede lijkt groter dan ooit. Ra ra, hoe kan dat?

Uit pure armoe zetten mensen het maar op een zuipen. Zo grijpt het oktoberfest als een virus om zich heen. Na de aftrap in Barneveld (vorige week) zijn vandaag Kootwijkerbroek en Voorthuizen aan de beurt, volgende week nog gevolgd door Garderen.

Ik was vorig jaar uitgenodigd om het feest in Voorthuizen bij te wonen, maar in tegenstelling tot de aanwezige bezoekers (die na afloop een kater hadden) werd ik al op voorhand geteisterd door een niet te negeren hoofdpijn. De combinatie van dieptrieste muziek (wie herinnert zich de vals zingende Tilly nog?) en een zaal vol Voorthuizenaren verzorgde kortsluiting in mijn bescheiden brein. Geloof het of niet, maar ik ga nog liever met mijn teerbeminde op één bank zitten om samen naar een zwoele zwijmelfilm te kijken dan dat ik me in mijn lederhose naar een Oktoberfest begeef.

In Voorthuizen zetten ze vanavond zelfs verstevigde tafels neer, zodat mannen daar op hun blote buiken dwars door een plas bier overheen kunnen glijden. Ik word er al onpasselijk van voordat ik de beelden op youtube langs heb zien komen.

Toch heb ik respect voor het bestuur van de Voorthuizense Oranjevereniging, die met de opbrengsten van Oktoberfest kinderspelen kan organiseren op de eerstvolgende Koningsdag. Als je zo diep durft te zinken voor het hogere doel, dan neem ik daar toch mijn tiroler hoedje voor af.

[Erik Roest]