Afbeelding
Foto: PxHere

Om te parkeren moet je betalen

18 april 2025 om 13:55 Zakelijk-nieuws-landelijk

Parkeren in grote steden als Amsterdam, Utrecht en Den Haag wordt er niet goedkoper op. Integendeel: gemeenten voeren een steeds strikter parkeerbeleid met als doel de drukte in de stad te verminderen, de leefbaarheid te vergroten én de gemeentekas te spekken. Voor auto-eigenaren heeft dit ingrijpende gevolgen, want de kosten voor een simpel parkeerplekje kunnen inmiddels flink oplopen. Maar hoe zit dat precies in de praktijk?

Parkeerbeleid in Amsterdam: lucratief en beperkend
Amsterdam spant de kroon als het gaat om betaald parkeren. In vrijwel de hele stad geldt betaald parkeren, en in sommige delen lopen de tarieven op tot meer dan € 7,50 per uur. Uit recente cijfers blijkt dat de gemeente voor 2024 al rekende op een bedrag van 421 miljoen euro aan parkeerinkomsten. Voor 2025 is dat opgeschroefd naar maar liefst 456 miljoen euro – een stijging van 8,3 procent. Zoveel verdienen de gemeenten met parkeergeld, en het laat zien hoe belangrijk parkeerbeleid is geworden als inkomstenbron.

De gemeente voert het parkeerbeleid bovendien steeds strakker aan: minder vergunningen, hogere tarieven en uitbreiding van de betaald parkeren zones. Dit maakt het voor bewoners én bezoekers steeds moeilijker (en duurder) om de auto te gebruiken binnen de stadsgrenzen. De boodschap is duidelijk: de auto is te gast in de stad, niet de norm.

Den Haag: meer zones, meer betalen
Ook Den Haag pakt door. De stad kent inmiddels ruim 30 verschillende parkeertarieven en zones, van bewonersvergunningen tot blauwe zones en betaald parkeren op straat. In wijken rondom het centrum, zoals het Zeeheldenkwartier en het Regentessekwartier, is betaald parkeren uitgebreid naar de avonden en weekenden. Hiermee probeert de gemeente de parkeerdruk te verlagen en bewoners meer kans op een plek te geven.

De tarieven lopen uiteen van € 2,00 tot € 6,50 per uur, afhankelijk van de wijk. De trend is hetzelfde als in Amsterdam: de stad wordt autoluwer gemaakt en parkeren wordt bewust ontmoedigd via de portemonnee. Voor mensen die dagelijks of wekelijks de stad in moeten met de auto, kan dit aardig aantikken op maandbasis.

Utrecht: slimme meters en beperkte vergunningen
Utrecht volgt dezelfde lijn, maar doet dit op zijn eigen slimme manier. In de binnenstad geldt al jaren betaald parkeren, met tarieven van ongeveer € 5,90 per uur. De stad experimenteert bovendien met digitale parkeerzones, waarbij kentekenregistratie het mogelijk maakt om parkeerdruk nauwkeurig te meten en dynamische tarieven in te stellen. Daarnaast is het aantal parkeervergunningen beperkt, en komen nieuwe bewoners in veel wijken zelfs helemaal niet meer in aanmerking voor een vergunning.

Dit beleid is vooral gericht op het stimuleren van alternatieven zoals de fiets, het openbaar vervoer en deelmobiliteit. Tegelijkertijd dwingt het autobezitters tot keuzes: een parkeerplek kost geld, en het gemak van ‘even met de auto’ is niet langer vanzelfsprekend.

Wat betekent dit voor de auto-eigenaar?
Voor de gemiddelde autobezitter betekent dit alles een stevige kostenpost. Niet alleen de brandstof, verzekering en onderhoud tikken aan, maar nu ook parkeren – vooral in de stad. Een dagje winkelen of een bezoek aan een vriend kan ongemerkt € 30 aan parkeerkosten opleveren. Dit geldt niet alleen voor incidentele bezoekers, maar zeker ook voor bewoners, die steeds vaker moeten betalen voor een plek voor de deur.

Daarnaast zorgt het voor extra druk op mensen met een oudere of minder efficiënte auto, zoals sommige hybride of elektrische modellen met verminderde accuprestaties. In dat kader wordt de noodzaak van een Kia Niro-accu vervangen bijvoorbeeld steeds actueler. Een betrouwbare, goed functionerende accu kan bepalen of je nog met een gerust hart de stad in durft met je auto – zeker als je niet lang wilt zoeken naar een plekje.

De toekomst van parkeren in de stad
Het is duidelijk dat parkeren in steden zoals Amsterdam, Utrecht en Den Haag steeds meer onderhevig is aan financiële prikkels. Gemeenten gebruiken parkeerinkomsten om te investeren in infrastructuur, openbaar vervoer en leefomgeving, maar voor de automobilist zijn het kosten die boven op het reguliere gebruik komen. Het roept de vraag op of het autobezit in de stad op termijn überhaupt nog loont.

In de praktijk zal dit leiden tot nieuwe keuzes. Meer mensen zullen overwegen om de auto weg te doen, of om over te stappen op een kleiner, duurzamer model. Ook de opkomst van elektrische deelauto’s speelt hierop in. Toch blijft mobiliteit een basisbehoefte – en zolang het openbaar vervoer of deelvervoer nog geen volwaardig alternatief biedt, zullen mensen blijven kiezen voor hun eigen auto.

Conclusie
De steden zetten vol in op autoluw beleid en benutten parkeerinkomsten als belangrijke financiële pijler. Voor autobezitters wordt het een uitdaging om betaalbaar, makkelijk én zonder frustratie hun voertuig in de stad te gebruiken. De balans tussen bereikbaarheid en leefbaarheid staat centraal – en parkeren is daarin het perfecte sturingsinstrument. Voor nu geldt: wie de stad in wil met de auto, moet daar steeds dieper voor in de buidel tasten.


Mail de redactie
Meld een correctie

Deel dit artikel via:
advertentie