Johannes Fontanus College moet 1,5 miljoen bezuinigen
11 december 2013 om 00:00 VoorpaginaBARNEVELD - Het Barneveldse Johannes Fontanus College (JFC) moet fors bezuinigen wegens een teruglopend aantal leerlingen. In 2017 telt de school naar verwachting honderddertig leerlingen minder dan nu het geval is. Daardoor valt er dan anderhalf miljoen euro minder te besteden. De prognose heeft gevolgen voor de werkgelegenheid én de werkdruk.
Door Hans-Lukas Zuurman
Voorzitter René Minderhoud van het college van bestuur van de school verwacht dat komende vier jaar in totaal zo'n vijftien fulltime banen verloren gaan. Op het JFC werken momenteel 260 mensen, waarvan 185 docenten zijn. Afgelopen schooljaar telde het JFC nog 2540 leerlingen, dit jaar daalde het aantal al naar 2478. De verwachting is dat de daling doorzet en in 2017 op 2350 uitkomt. Oorzaak voor het dalende aanbod is de demografische ontwikkeling van de gemeente Barneveld, vertelt Minderhoud. De meeste leerlingen van het JFC komen uit deze gemeente (67,4 procent), de rest komt uit omliggende gemeenten als Ede, Nijkerk en Putten. ,,De prognose van de gemeente Barneveld voor het leerlingenaantal bleek te positief en moest worden bijgesteld. Er zijn minder huizen gebouwd dan gepland en dat merk je. En als gevolg van de crisis worden er minder kinderen geboren, dat zien we nu in de groepen op de basisscholen terug. Na Groningen en Overijssel zijn we hier in Barneveld ook in een krimpregio terechtgekomen.'' En dat betekent verlies aan inkomsten. ,,Elke leerling minder is zo'n zesduizend verlies aan inkomsten van het rijk. Daarnaast zien we dat de bijdrage van het rijk achterblijft in vergoeding van de stijgende kosten voor verzekeringen en pensioenvoorzieningen voor het personeel. De grootste kostenpost van een school is het personeel, die omvat zo'n tachtig procent van de kosten. Omdat we vanaf 2017 minder geld hebben en minder docenten nodig zullen hebben, moeten we nu al bedenken hoe we dat gaan regelen.''
Minderhoud benadrukt niet te willen bezuinigen door grotere klassen te maken of het onderwijsaanbod te versoberen. ,,De Raad van Toezicht is het daarmee eens. We zijn namelijk juist volop bezig met verbreding via onze business-school, sportklassen, het technasium en het aanbod van vakken als Spaans en Filosofie. We zullen de personeelskosten dus omlaag moeten zien te krijgen en dat betekent dat met minder mensen hetzelfde werk moet worden gedaan. We gaan kijken naar taken die docenten erbij krijgen.'' Concreet noemt Minderhoud het voorbeeld van een docent die meegaat op excursie en daarvoor extra uren uitbetaald krijgt. ,,We denken erover die uren niet meer te vergoeden en af te spreken: dit hoort bij je taak.'' Een andere optie is dat leraren bijvoorbeeld twee uur per week extra gaan lesgeven, zonder extra vergoeding. ,,Het hoort bij deze tijd, waarin een groter beroep op werknemers wordt gedaan.'' Minderhoud erkent dat de werkdruk er wel door zal toenemen. Dit is inmiddels al een aandachtspunt op school, gezien eerdere ervaringen met hoog ziekteverzuim. Het percentage is inmiddels weer gedaald naar iets onder het landelijk gemiddelde (5,11 procent). ,,We hebben sinds twee jaar nieuw verzuimbeleid, waarbij we meer dan in het verleden verzuim bespreekbaar maken. En met een betere rapportage volgen we de verzuimgegevens goed. We zijn alerter op geregeld kort verzuim, want dit kan leiden tot langdurig verzuim. En dat kan ook met werkdruk te maken hebben. In de gesprekken met het personeel is gezondheid en welbevinden een vast agendapunt. We doen ook meer in preventieve vorm: zo kunnen medewerkers tegen lage kosten deelnemen aan bedrijfsfitness. Met ons fietsplan promoten we het gebruik van de fiets voor woon- en werkverkeer. Een betere conditie zorgt voor meer weerstand.''
Door straks meer van het personeel te vragen, ontstaat spanning, erkent Minderhoud. ,,We willen daarom ook zoveel mogelijk maatwerk leveren en kijken wat iemand er wel en juist niet bij kan hebben. Voor de één maakt het extra lesgeven niet veel uit, voor een ander weer wel.''
Het nadenken over bezuinigingsmaatregelen wordt in samenspraak met het personeel gedaan, vertelt Minderhoud. ,,Zij kunnen ideeën aandragen. Ze snappen dat er wat moet gebeuren, maar het levert natuurlijk ook onrust op, want wie moet er op een gegeven moment uit? Dat weten we nu nog niet. Overigens proberen we binnen ons samenwerkingsverband met andere scholen docenten te herplaatsen. Voor komend schooljaar vallen er geen gedwongen ontslagen. Tijdelijke contracten zullen niet worden verlengd en via natuurlijk verloop wordt er ook wat opgevangen.''
Uit de laatst bekende cijfers van de school blijkt het JFC als 'heel gemiddeld' uit de bus te komen in een landelijke vergelijking met andere onderwijsinstellingen. Het gaat dan om onder meer slagingspercentages en tevredenheid. Volgens Minderhoud moet dat beeld gaan kantelen, mede als gevolg van de ingezette vernieuwing: ,,We willen niet gemiddeld zijn. Ons onderwijsaanbod moet voor elk wat wils bieden. Ik denk dat we dat we dat ook meer moeten gaan uitstralen en dat we daar in het verleden weleens wat te bescheiden over zijn geweest.''
Leerlingen en ouders blijken het JFC als een 'veilige school' te ervaren. De school scoort op dat punt een 8,6, blijkt uit recente tevredenheidsonderzoeken. De school brengt het cijfer trots naar buiten in de communicatie met ouders. Het betreft echter een onderdeel van een vragenreeks. Gemiddeld scoort het JFC op 'tevredenheid' een 6,8, wat nagenoeg overeenkomt met het landelijk gemiddelde. Wat opvalt is de 5,7 van leerlingen voor de stelling 'De docenten houden rekening met wat ik wel en niet kan'. Minderhoud: ,,Dat is inderdaad een punt, dat is ook de reden waarom we in de mavo bijvoorbeeld met 'plusklassen' zijn begonnen, meer maatwerk dus. Het effect van zulke maatregelen zal echter pas over enkele jaren zichtbaar worden in zulke tevredenheidsenquêtes. Met de medezeggenschapsraad en ouderraad vergaderen we ook geregeld om te zien wat er verbeterd kan worden.''














