Afbeelding
Nelleke Redelijkheid
Recht om de hoek

Het spanningsveld tussen een huisverbod en het recht op omgang

Rechtbank

BARNEVELD Het is zaterdagochtend. Ik krijg een melding: artikel 285 Sr overtreden locatieverbod, huiselijk geweldgericht op partner (vrouw). De beschuldiging alleen al is stigmatiserend. Hoe moet je jezelf als man verdedigen tegen dit soort aantijgingen?

Op het politiebureau in Arnhem tref ik een ontredderde vader. Hij was gewoon bij het treinstation om zijn kinderen te zien. Vader snapt niet wat de aanleiding zou kunnen zijn van de aanhouding. Hij heeft wel een donkerbruin vermoeden. Vorig jaar is het huwelijk na ruim 20 jaar gestrand. Dit was niet zijn wens, maar hij heeft het moeten leren accepteren. Zijn vrouw had toentertijd onterecht aangifte gedaan van bedreiging om vader de woning uit te krijgen. Na een aantal maanden leken de verhoudingen tussen ouders te zijn hersteld.

OMGANGSREGELING Vader vertelt mij over de zitting van de echtscheiding. Ouders hebben ten overstaan van de rechter afspraken gemaakt over de omgangsregeling tussen vader en de kinderen. De rechter complimenteerde ouders met de regeling. De omgang tussen vader en de kinderen weegt zwaarder dan het huisverbod, aldus de kinderrechter. De kinderrechter laat buiten beschouwing of voornoemd verbod terecht is opgelegd. Vader mag de kinderen bij het treinstation ophalen op de omgangsdagen en éénmaal per 3 maanden rechtstreeks contact opnemen met moeder over de kinderen. Na ons gesprek vindt na enige tijd het verhoor bij de politie plaats. Een deel van de vragen loopt als volgt:

V: Op wat voor een afstand bevond u zich van het huis gisteren?

A: Ik was bij het station. Dus dit was op een afstand van ongeveer 200 meter.

V: U heeft een locatieverbod dat u zich niet in een straal van 500 meter mag bevinden van de woning.

A: Ik heb gewoon die papieren thuis liggen en mij al die tijd aan de regels gehouden.

V: U zegt net dat u op ongeveer een afstand was van 200 meter van het huis. U heeft een verbod van een straal van 500

meter van het huis. hoe houdt u zich dan aan de regels?

A: Het station mag ik komen.Wat opvallend is, dat niet wordt doorgevraagd door de politie. Welke papieren bedoelt vader dan?

WAARHEIDSVINDING Dat lijkt mij de logische vervolgvraag. Het vergaren van bewijs dat vader op een locatie is geweest waar hij niet hoorde te zijn, wilt de politie vastleggen in het proces-verbaal. Van een open gesprek is geen sprake. Nu is een verhoor bij uitstek een gesprek waar enige druk vanuit de politie dient te gaan, echter in dit geval klemt het met de waarheidsvinding. 

Ik onderbreek het verhoor met de vraag of vader de beschikking van de Rechtbank bedoelt. Ik vraag door op welke plaats hij dan mag komen van de kinderrechter. Vader legt de situatie uit en ik wil doorvragen. De politie grijpt in met de mededeling dat zij de vragen stelt en niet ik als advocaat. Kennelijk is waarheidsvinding in dit geval voor de politie van ondergeschikt belang.Vader moet daarna nog twee nachten en dagen vastzitten op het politiebureau. 

VOORGELEIDING Maandagmiddag vindt een voorgeleiding bij de rechter-commissaris plaats. Inmiddels heb ik de beschikking waarin ouders afspraken hebben gemaakt. Het bevestigt de weergave van vader.De rechter-commissaris stelt vader in vrijheid.

Artikel 9 lid 3 IVRK Nederland is verdragspartij bij het Verdrag inzake de rechten van het kind (hierna: ‘IVRK’). In artikel 9 lid 3 van het IVRK is het volgende opgenomen. De staat eerbiedigt het recht van het kind dat van een of beide ouders is gescheiden, op regelmatige basis persoonlijke betrekkingen en rechtstreeks contact met beide ouders te onderhouden, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. De politie als handhaver van de wet had in deze zaak de belangen van de kinderen moeten meewegen.De kinderen hebben hun vader in strijd met de regeling een heel weekend niet gezien! Na een echtscheiding zijn de weekenden juist de momenten waarop de band tussen vader en de kinderen behouden blijft. Het is onbegrijpelijk dat de politie in deze zaak blind vaart op de aantijgingen van moeder. Gelukkig vindt toetsing bij de rechter-commissaris plaatst. Los daarvan heeft ook moeder hierin een verantwoordelijkheid.

BEVORDEREN CONTACT VADER In artikel 1:247 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat het ouderlijk gezag de plicht omvat van de ouder om ontwikkeling van de band van zijn kind met de andere ouder te bevorderen.In deze zaak verwart moeder partnerschap met ouderschap. Hoe een man zijn vrouw behandeld, is geen maatstaf voor zijn houding richting de kinderen. Zelfs al zit er een kern van waarheid in haar aantijgingen, dan dient zij als gezaghebbende ouder zichzelf ondergeschikt te maken aan de belangen van de kinderen. De kinderen moeten op een verantwoorde en veilige wijze contact blijven houden met vader. Als niet aan de voordeur mag worden aangebeld door vader, omdat moeder naar eigen zeggen bang zou zijn, is het treinstation (voor kinderen van 11, 14, 18 en 19 jaar) een goed alternatief. Wanneer zoals in deze zaak nota bene bij de kinderrechter afspraken zijn gemaakt, is het in strijd met de belangen van de kinderen te pas en te onpas het huisverbod in te roepen. Moeder voldoet daarmee niet aan haar verplichtingen als gezaghebbende ouder.

Mr. R.M. Bissumbhar is als advocaat werkzaam bij Advocatenkantoor Bissumbhar.

advertentie
advertentie