
Provincie neemt Barnevelds zandrapport ter harte
11 september 2019 om 08:44 Politiek ZandcrisisBARNEVELD Het Gelderse college van Gedeputeerde Staten herkent zich in de kritische constateringen van de commissie Eenhoorn in haar rapport over de zandcrisis rond de Barneveldse afvalverwerker Vink. Het provinciebestuur schrijft aan de politieke partijen dat het 'lessen wil trekken voor de toekomst'.
Jannes Bijlsma
De provincie speelde een toezichthoudende rol in de kwestie rond het gereinigde zand dat - onder meer - in Barneveldse woonwijken is toegepast en dat formeel niet aan de eisen zou hebben voldaan. Aan dat toezicht zou het hebben ontbroken. Hoewel het rapport van de onderzoekscommissie onder leiding van VVD-coryfee Bas Eenhoorn vooral van toepassing is op de gemeente Barneveld, ziet ook de provincie er leerpunten in. Als voorbeeld noemen GS de aanbeveling van Eenhoorn voor een gezamenlijke strategie. Gemeente en provincie stonden geregeld tegenover elkaar. Zo ontstond er wrevel toen de provincie besloot niemand af te vaardigen naar een bewonersbijeenkomst, vlak nadat Zembla berichtte dat er mogelijk vervuild zand van Vink was toegepast in Barneveld. Bij een raadsbijeenkomst, een dag later, liet de provincie zich vertegenwoordigen door de omgevingsdienst, iets wat door politiek Barneveld bepaald niet werd gewaardeerd. ,,Wij herkennen dit punt en realiseren ons dat nog vaker en intensiever met elkaar afstemmen, en meer acteren als één overheid, meer helderheid naar de bewoners had kunnen brengen."
DILEMMA'S Gedeputeerde Staten omarmen meer aanbevelingen. Ze willen lessen trekken uit opmerkingen die Eenhoorn in het rapport maakt ten aanzien van het voeren van crisiscommunicatie, het expliciet maken van dilemma's en keuzes en het uitvoeren van een goede stakeholderanalyse, evenals het hebben van helderheid over de rollen en verantwoordelijkheden, het oog hebben voor beeldvorming en het vroegtijdig informeren van de volksvertegenwoordigers en die 'bondgenoot maken'.
Specifiek noemen GS de aanbeveling van Eenhoorn om het Gelders Stelsel van Omgevingsdiensten onder de loep te nemen. Volgens het rapport is dat stelsel veel te complex: bij de casus Vink waren bijvoorbeeld drie verschillende omgevingsdiensten betrokken. Het zou onder meer schorten aan de terugkoppeling tussen de omgevingsdiensten en de provincie van toezichtstrajecten zoals het DAT-onderzoek bij Vink in 2017. ,,Wij hebben hierin stappen gezet door voor de (complexe) bedrijven waarvoor de provincie het bevoegd gezag is, de vergunningverlening te centreren bij één omgevingsdienst. Datzelfde hebben we besloten te doen voor de handhaving."
Het Barneveldse college van burgemeester en wethouders komt later met een reactie op het rapport van Eenhoorn.
Diepeveen vroeg GS schriftelijk wat het provinciebestuur met deze aanbevelingen heeft gedaan. In antwoord hierop stelden GS vorige week dat Vink een nieuwe vergunning moet krijgen, met steviger afspraken over de asbestregistratie. In deze krant ontkende Vink-woordvoerder Jaap Kevelam echter dat hierover nieuwe bepalingen staan in de vergunning, die klaar is en al ter inzage heeft gelegen. De vergunning kan overigens nog niet worden verleend, in verband met de gerechtelijke uitspraak over de regels rond stikstofuitstoot.
Het PVV-statenlid is verbaasd over Kevelams uitspraken en vraagt het provinciebestuur vandaag om opheldering. ,,Klopt het dat GS bij het opstellen van de ontwerpvergunning niets heeft gedaan met de bevindingen uit het DAT-rapport over asbest? Daarin wordt namelijk heel nauwkeurig beschreven wat op het gebied van de acceptatie van asbest door Vink verbeterd zou kunnen worden."


















